Zenuwoorlog
Rusland test psychologische grenzen en zaait twijfel.
(Artikel door professor Marc De Vos, oprichter van het Itinera Institute en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2019 van denktank Libera!, zoals oorspronkelijk gepubliceerd in Trends op 2 juni 2026.)
Bijna 3 vierkante kilometer per dag. Dat is de schamele Russische terreinwinst in Oekraïne in de eerste vier maanden van 2026. In dezelfde periode van 2025 bedroeg die nog meer dan het drievoudige. In april dit jaar leed Rusland zelfs netto terreinverlies, voor het eerst sinds 2024. Als Rusland hetzelfde slakkengangetje aanhoudt, duurt het nog meer dan zes jaar alvorens de rest van de Donbas valt. Tegen meer dan 30.000 gewonde en gesneuvelde Russische soldaten per maand zou dat ruim 2 miljoen bijkomende Russische oorlogsslachtoffers vergen.
Boodschap aan onze premier: Rusland is deze oorlog niet bij voorbaat aan het winnen, en Oekraïne is niet bij voorbaat verloren. Oekraïne lijkt de uitputtingsslag langzaam in zijn voordeel te keren: dankzij fenomenale drone-innovatie, onze financiële steun en wapenleveringen, en dankzij Starlink en Amerikaanse inlichtingen – ondanks de zware verliezen en de ellende in de samenleving.
Rusland lijkt een kat in het nauw, die rare sprongen maakt. De stilstand aan het front probeert het Kremlin op zijn Russisch te keren, met psychologische escalatie elders. Sinds het voorjaar voert Rusland de druk op de NAVO-flank systematisch op. Russische woordvoerders beschuldigden Estland, Letland en Litouwen ervan hun luchtruim open te stellen voor Oekraïense droneaanvallen op Russische doelen, terwijl Kremlin-getrouwen de Baltische staten en Finland openlijk als “medeplichtigen” bestempelden. De Russische buitenlandse inlichtingendienst beweert zelfs dat Oekraïense drone-eenheden vanuit Letse militaire bases zouden opereren. NAVO-landen verwerpen de beschuldigingen als absurd, maar het patroon is duidelijk en herkenbaar: eerst het narratief creëren, daarna de dreiging uitspreken, straks misschien een valsevlagoperatie of een voorwendsel voor de een of andere actie die de NAVO voor een militair dilemma plaatst.
Tegelijk groeit de nervositeit rond Wit-Rusland. Oekraïense inlichtingendiensten signaleren nieuwe militaire infrastructuur, logistieke routes en artillerieposities nabij de grens. Volgens Kiev bespreekt Moskou opnieuw scenario’s waarbij Wit-Russisch grondgebied gebruikt zou kunnen worden voor operaties tegen Oekraïne of zelfs tegen een NAVO-lidstaat. Naar verluidt heeft Oekraïne honderden doelwitten in Wit-Rusland geselecteerd voor een mogelijke tegenaanval met drones.
Alsof dat alles nog niet genoeg was, organiseerde Rusland vorige maand een onaangekondigde nucleaire oefening, waarbij Wit-Rusland voor het eerst expliciet werd geïntegreerd in de simulatie van nucleaire inzet. Telkens als Rusland zich bedreigd voelt, zwaait Poetin met de nucleaire sabel. Dat patroon is intussen zo bekend dat het nog amper wordt opgemerkt. De Russische nucleaire intimidatie is zowaar genormaliseerd.
Eind mei belde de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov even met zijn Amerikaanse collega Marco Rubio om te waarschuwen dat Rusland de aanvallen op Kiev zou opvoeren, met de opmerkelijke suggestie dat Amerikaans ambassadepersoneel zich beter in veiligheid kon brengen. Amerika nuanceerde en Europa ridiculiseerde de demarche, maar het spelletje wordt wel gespeeld. Nauwelijks enkele dagen later sloeg een Russische drone in op een appartementsgebouw in de Roemeense grensstad Galati. Voor het eerst vielen daarbij slachtoffers in een dichtbevolkte regio op NAVO-grondgebied. Het blijft onduidelijk of dit toeval was of niet.
Ik denk niet dat Rusland een tweede front aankan, laat staan een oorlog met de NAVO wil. Rusland voert een zenuwoorlog, test psychologische grenzen en zaait twijfel. Dat moeten wij beantwoorden met standvastigheid: aan het front, bij onderhandelingen, in de Europese Unie en voor de Europese verankering van het vrije Oekraïne. Zo winnen we dit.