EU en China op weg naar handelsoorlog?
Dat China protectionistisch is, is evident. Maar de EU is ook niet bepaald onschuldig.
(Artikel door Pieter Cleppe, ondervoorzitter van Libera! en hoofdredacteur van BrusselsReport.eu, zoals oorspronkelijk gepubliceerd op Business-AM op 10 augustus 2026.)
De Europese lidstaten voeren een intens debat over de vraag of er nieuwe invoerheffingen aan China moeten worden opgelegd. Naar verluidt is de Duitse regering bezig met het in kaart brengen van de Chinese economische kwetsbaarheden die men kan uitbuiten, mocht de Europese Unie (EU) in een handelsoorlog met China terechtkomen. Dat doen de Duitsers via een analyse van de handelsstromen, de toeleveringsketens en de bedrijfsgegevens.
Bloomberg citeert bronnen die aangeven dat de Duitse bedrijven Trumpf en Carl Zeiss — dat zijn belangrijke leveranciers van technologieën die door het Nederlandse ASML worden gebruikt voor de productie van machines waarmee geavanceerde halfgeleiders worden vervaardigd — worden gezien als potentiële zwakke plekken in de toeleveringsketen van Peking. Ook zou dat voor bepaalde chipfabrikanten het geval zijn.
Tijdens een EU-top in juni vroegen de Europese leiders de Europese Commissie om met voorstellen te komen voor hun volgende top in oktober. In juli besprak de Duitse bondskanselier Friedrich Merz de kwestie ook met de Franse president Emmanuel Macron.
Wolfgang Munchau, de voormalige hoofdredacteur van FT Deutschland, merkt op: ‘Er lijkt een deal in de maak te zijn waarbij Frankrijk instemt met het verzoek van Duitsland om de auto-industrie te beschermen, en de Duitsers instemmen met het Franse verzoek om de toegang tot overheidsopdrachten te beperken tot uitsluitend Europese bedrijven. Bescherming is momenteel het enige gespreksonderwerp in de EU.’
Tijd dringt
De tijd dringt in elk geval: China verbood onlangs de export van goederen voor duaal gebruik naar veertien extra EU-entiteiten, als vergelding voor de eerdere maatregel van Brussel om veertien Chinese bedrijven te sanctioneren vanwege hun vermeende steun aan de Russische oorlog in Oekraïne.
Al jaren wordt het exportsucces van China kunstmatig opgeblazen door een ondergewaardeerde munteenheid en enorme subsidies. Maar het Europese handelstekort is de laatste tijd fors toegenomen. In mei bedroeg het handelstekort van de EU over een periode van twaalf maanden met China 376 miljard euro, wat 8 procent hoger is dan een jaar eerder. In 2025 had elke afzonderlijke EU-lidstaat voor het eerst een handelstekort met Peking.
Actie op komst?
Eind juni kwamen de EU en China overeen om drie maanden lang onderhandelingen te voeren om een handelsoorlog over de handelsbalans te voorkomen. Voorlopig blijven Duitsland, Spanje en Griekenland, die nauwe handelsbanden met China hebben, terughoudend om in te stemmen met nieuwe protectionistische maatregelen. Volgens geruchten zouden EU-quota op hybride voertuigen en chemicaliën mogelijke reacties kunnen zijn (waarover dit najaar beslist zou worden).
Er zouden ook plannen zijn om Chinese bedrijven uit te sluiten van de aanbestedingsmarkten, om investeerders in de toeleveringsketen voor elektrische voertuigen te dwingen technologie over te dragen en om Europese bedrijven te verplichten hun leveranciersbestand te diversifiëren om overmatige concentratie in Peking te vermijden.
Simulatie van handelsoorlog
Het zou goed zijn als de EU-beleidsmakers zeer sterk zouden nadenken alvorens een handelsoorlog met China te beginnen. ‘Tit for tat’-protectionisme tegen China heeft de afgelopen jaren in de praktijk geen positieve resultaten opgeleverd. In 2024 slaagde de invoering van EU-tarieven er niet in de invoer van Chinese elektrische auto’s te beteugelen, aangezien de Chinese fabrikanten overstapten op de hybride auto’s en de lokale productie.
Ook de protectionistische aanpak van de Verenigde Staten ten opzichte van China werkte niet erg goed. In april 2025, nadat de Amerikaanse president Donald Trump de invoerrechten tegen China tot meer dan 100 procent had verhoogd, reageerde China door gerichte beperkingen op te leggen aan de export van zeldzame aardmetalen. Dat had gevolgen voor de Amerikaanse defensie- en autofabrikanten en verstoorde de wereldwijde industriële toeleveringsketens.
De Chinese exporteurs hebben de handelsstromen ook simpelweg omgeleid via Zuidoost-Azië en Mexico om de Amerikaanse invoerheffingen te omzeilen. Na gesprekken met de Chinese president Xi Jinping in oktober 2025 heeft Trump een aantal invoerheffingen tegen China opnieuw verlaagd. Zijn terugkrabbelen wordt door sommigen in Brussel gezien als een waarschuwing.
Een nieuwe studie van economen Joep Konings, Glenn Magerman en Alberto Palazzolo toont nu aan dat het voor de EU eveneens geen goed idee is om een handelsoorlog met China aan te gaan. Volgens de studie zou de Europese economie ernstig worden getroffen in geval van gerichte Chinese vergeldingsmaatregelen tegen specifieke EU-exportsectoren. Chinese vergeldingsmaatregelen zouden neerkomen op ‘een gemiddeld bbp-verlies voor de EU’ van 0,07 procent van het EU-bbp.
Vegen voor eigen deur
Dat China protectionistisch is is evident, maar de EU is ook niet bepaald onschuldig. Zo zijn er de ‘niet-tarifaire belemmeringen’ of het ‘regelgevend protectionisme‘ van de EU, waarmee zij via bureaucratie de concurrentie buiten de deur wil houden. En er zijn allerlei soorten douanetarieven, met als nieuwste voorbeeld het klimaattarief van de EU dat schadelijk is voor arme Afrikaanse economieën.
Bovendien merkte Daniel Kral van Oxford Economics onlangs op: ‘Het belangrijkste probleem van de EU is niet dat China goederen in de EU dumpt, aangezien het aandeel van de EU in de Chinese export stabiel blijft. Het is vooreerst een verlies aan marktaandeel van EU-exporteurs op derde markten, en ten tweede een duizelingwekkende ineenstorting van het aandeel van de EU in de Chinese import – van 12 procent in 2019 naar 8 procent nu. Er zijn geen EU-maatregelen die deze twee zaken aanpakken.’
Met andere woorden: alvorens meer EU-protectionisme te overwegen, richt de EU zich beter op het aanpassen van het binnenlandse beleid dat het concurrentievermogen van de EU ondermijnt. Bijvoorbeeld door het EU-emissiehandelssysteem (ETS) — een klimaatbelasting — te schrappen. Dat is een belangrijke factor die ervoor zorgt dat de Europese ondernemingen moeten concurreren met energieprijzen die vele malen hoger liggen dan de prijzen in de VS of in Azië.
Toch blijven de Europese Commissie en zelfs een aantal lidstaten het ETS-systeem steunen. Zelfs zij die voorstander zijn van meer protectionisme ten opzichte van China zouden dus op zijn minst dus moeten eisen dat de EU eerst haar eigen suïcidale klimaatbeleid aanpast alvorens de eigen consumenten en importeurs met hogere douanetarieven te treffen.