Eindelijk “Afuera” op EU-niveau?

ma 24 nov 2025 - 09:20

Op woensdag 19 november kwamen de EU-regeringen overeen om de EU-richtlijn inzake ontbossing (EUDR) opnieuw te verlengen, ditmaal tot eind december 2026, in plaats van deze eind december van dit jaar in werking te laten treden. 

(Artikel door Pieter Cleppe, ondervoorzitter van Libera! en hoofdredacteur van BrusselsReport.eu.)

Daarmee gaan zij voorbij aan het voorstel van de Europese Commissie, die had voorgesteld om de uitvoering alleen voor micro- en kleine ondernemingen uit te stellen, waarbij grote en middelgrote ondernemingen slechts een uitstelperiode van zes maanden zouden krijgen. De richtlijn verbiedt de verkoop van producten zoals cacao, vee, koffie, palmolie, hout en rubber op de EU-markt als deze verband houden met ontbossing. 

De officiële reden voor het uitstel die door de Europese Commissie werd gegeven, was dat de IT-systemen die de naleving van de EUDR beheren, maar dat is natuurlijk niet de ware reden. Behalve dat de EUDR grote delen van de Europese industrie, met name kleinere bedrijven, zoals Duitse boseigenaren, ongerust maakt, heeft zij ook de handelsbetrekkingen tussen de EU en haar belangrijkste handelspartners, in de eerste plaats de Verenigde Staten, maar ook Brazilië en Zuidoost-Azië, ernstig verstoord.

Nadat de Amerikaanse president Trump erin geslaagd was een de facto vrijstelling voor Amerikaanse producten te verkrijgen, vroegen landen als Indonesië en Maleisië, die grote exporteurs van palmolie zijn, om hetzelfde. Maleisië vindt het bijzonder oneerlijk dat zijn import door de EU wordt geclassificeerd als “standaardrisico”, in tegenstelling tot de Amerikaanse classificatie van “laag risico”, aangezien de ontbossing in Maleisië aanzienlijk is verbeterd, waarbij ngo's vorig jaar een afname van 13 procent hebben erkend. Volgens Global Forest Watch verloor Maleisië in 2024 slechts 0,56% van zijn resterende oerbos. Dat is minder dan het verlies van 0,87% in Zweden.

In een poging om de spanningen te verminderen, heeft de EU onlangs ingestemd met de erkenning van de Maleisische certificering voor duurzame palmolie (MSPO) als een betrouwbare norm om aan te tonen dat aan de ontbossingswet wordt voldaan. Dit begon als een vrijwillige regeling in Maleisië, de op één na grootste exporteur van palmolie ter wereld, en werd in januari 2020 verplicht, waarbij onafhankelijke audits door derden de naleving garanderen. Toch legt de EUDR veel nieuwe bureaucratische eisen op aan bedrijven die naar de EU willen exporteren, terwijl de Verenigde Staten een andere, preferentiële behandeling genieten, wat de bezorgdheid nog vergroot.

Euractiv merkt op dat de door de EU-regeringen goedgekeurde tekst gebaseerd was op het Duitse document en op een tweede voorstel van Denemarken, dat voorzitter is van de Raad van EU-lidstaten. Er moet echter nog een akkoord worden bereikt met het Europees Parlement. Een plenaire stemming is gepland voor 26 november. Het is allemaal erg last minute, en ondanks het feit dat sommige bedrijven aandringen op uitstel, hebben veel grote bedrijven zich al voorbereid op de nieuwe bureaucratische vereisten, wat nog meer woede veroorzaakt.

De belangrijkste wijziging waarover de EU-regeringen overeenstemming hebben bereikt, is de invoering van een vereenvoudigingsclausule die de Commissie verplicht om een “vereenvoudigingsbeoordeling” van de verordening uit te voeren en uiterlijk op 30 april 2026 een verslag in te dienen, dat “indien nodig” vergezeld kan gaan van een wetgevingsvoorstel. De EU-regeringen willen ook dat downstream-exploitanten niet langer verplicht zijn om een eigen due diligence-verklaring in te dienen waaruit blijkt dat er bij de productie van de goederen geen ontbossing heeft plaatsgevonden.

Een nieuwe wind in het Europees Parlement

De Duitse minister van Landbouw, Alois Rainer, toonde zich verheugd over de deal tussen de lidstaten. Hij verklaarde: “Gerechtvaardigde bosbescherming mag geen belemmering vormen voor het terugdringen van bureaucratie. Onze bedrijven hebben minder bureaucratie nodig, geen nieuwe obstakels.”

Aan de andere kant reageerden de Europese Commissie en haar socialistische uitvoerende vicevoorzitter Teresa Ribera met ontzetting. Ribera veroordeelde het besluit van de lidstaten om de EU-ontbossingsregels met een jaar uit te stellen en de wet te herzien, en zei: “Ik kan mijn diepe teleurstelling en frustratie niet verbergen. Dit is een slechte beslissing en het doet mij verdriet.”

Ngo's waren evenmin tevreden. Het Wereld Natuur Fonds (WWF) verklaarde: “De lidstaten hebben een zeer gebrekkig standpunt ingenomen om de EU-ontbossingsverordening te ondermijnen”. De NGO voegde daaraan toe dat “de beweringen van de lidstaten dat ‘de aanpak van ontbossing een prioriteit blijft’ een flagrante verdraaiing zijn: ze zijn zojuist overeengekomen om de EUDR af te zwakken en uit te stellen, waarbij ze zowel het milieudoel van de verordening als het publieke geld dat er al in is gestoken, negeren.” 

Socialisten en groenen kunnen er maar beter aan wennen. Eerder deze maand heeft de Europese Volkspartij, de grootste fractie in het Europees Parlement, waartoe ook de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, behoort, haar traditionele centristische bondgenoten in de steek gelaten en steun verkregen van meer rechtsgeoriënteerde fracties om groene regels af te zwakken, zoals de CSDDD, een andere nieuwe richtlijn die tijdens de eerste ambtstermijn van Von der Leyen is aangenomen en die bedrijven tal van bureaucratische “duurzaamheidsrapportage”-vereisten oplegt. CSDDD-rapporteur Jörgen Warborn, een Zweeds centrumrechts Europarlementslid, weersprak de kritiek van links hierover en verklaarde: “Je moet meerderheden vinden in het parlement. Dat is wat je doet.” Het Italiaanse ECR-Europarlementslid Carlo Fidanza voorspelt dat hetzelfde patroon “onvermijdelijk van toepassing zal zijn op de volgende stappen in het vereenvoudigingsproces”.

CBAM

Een andere omstreden nieuwe maatregel is het Europese protectionistische klimaattarief “Carbon Border Adjustment Mechanism” (CBAM), dat heffingen oplegt aan handelspartners die het suïcidale klimaatbeleid van de EU niet volgen, en dat zelfs voor Europese bedrijven veel bureaucratie met zich meebrengt. De Europese Commissie heeft al toegegeven dat CBAM grote nadelen heeft. Vlak voor de Nederlandse verkiezingen wees de Nederlandse EU-commissaris Wopke Hoekstra erop dat hij ervoor heeft gezorgd dat “95 procent van de bedrijven” is vrijgesteld van CBAM, en noemde dit “een succes van minder regelgevingsdruk, maar je kunt je toch moeilijk op de borst kloppen dat het oorspronkelijke plan perfect was”.

Over CBAM wist Trump deze zomer toegevingen van de EU af te dwingen, wat leidde tot een eis van Zuid-Afrika om ook te worden vrijgesteld. De Afrikaanse economieën lopen immers het risico hard te worden getroffen door CBAM. Net als bij de ontbossingsrichtlijn leiden pogingen om regels op te leggen aan handelspartners tot ontevredenheid, dubbele standaarden en een gebrek aan vooruitgang bij het openstellen van de handel tussen de EU en de rest van de wereld. India klaagde vorige maand dat het “bijna onmogelijk” is om aan alle EU-voorschriften te voldoen. Hoewel de EU en India streven naar een nieuwe handelsovereenkomst voor eind 2025, blijft de EU echter weigeren concessies te doen op het gebied van CBAM. De druk van alle kanten zal echter blijven aanhouden.

Bovenop dit alles heeft de Europese Commissie ook een ingrijpende herziening van haar ESG-regelboek voor de beleggingssector onthuld, waarbij zij voorstelt dat de “Sustainable Finance Disclosure Regulation” (SFDR) vermogensbeheerders niet langer verplicht om de negatieve milieu- of sociale effecten van hun gehele portefeuille te rapporteren.

Verder komen er ook regelgevingsverlichtingen voor digitale regelgeving, met wijzigingen van GDPR, de AI-wet en de e-privacyregels, waaronder een herziening van de vreselijke EU-regels inzake “cookies” die de internetervaring voor Europeanen verpesten.

Nog steeds nieuw klimaatbeleid

Toch zijn dit alles slechts bescheiden wijzigingen in EU-regelgeving die vaak niet eens volledig van kracht zijn. Tegelijkertijd komt de EU immers nog steeds nieuwe groene beleidsmaatregelen overeen, bijvoorbeeld een nieuwe EU-klimaatdoelstelling, ditmaal voor 2040. Hierover werd deze maand overeenstemming bereikt, om er op de COP30 – klimaattop in Brazilië mee te kunnen uitpakken.

Ook ETS2, de extreem dure nieuwe CO₂-belasting voor mensen die in een benzine- of dieselauto rijden of hun huis met gas verwarmen, staat nog steeds op de agenda, ook al wordt de invoering ervan met een jaar uitgesteld tot 2028.

Als men echt over een koerswijziging wil kunnen spreken, is de absolute topprioriteit voor de EU de afschaffing van het EU-klimaatbelastingstelsel ETS. De kosten van dit “emissiehandelssysteem” (ETS) bedragen ongeveer het dubbele van de totale kosten van de Amerikaanse aardgasprijs. Terwijl de Europese aardgasprijs ongeveer vier tot vijf keer zo hoog is als de Amerikaanse prijs, moeten Europese bedrijven concurreren met Azië met een aardgasprijs die 50 procent hoger ligt. Men hoeft geen genie te zijn om te begrijpen dat dit fundamenteel het concurrentievermogen van energie-intensieve Europese bedrijven aantast. ETS afschaffen is ook vrijwel de enige maatregel die de EU op zeer korte termijn zou kunnen nemen om voor hen een verschil te maken, om de aanhoudende trend van deïndustrialisering tegen te gaan, die vooral Duitsland, het hart van de Europese economie, hard treft.

Desondanks steunt geen enkele vooraanstaande politicus in Europa dit. Hendrik Wüst, de Minister-President van de grootste Duitse deelstaat, Nordrhein-Westfalen, zingt nog volop de lof van klimaatpolitiek, ondanks het feit dat hij lid is van de zogenaamd centrum-rechtse CDU. De beste man stelde deze maand nog dat Nordrhein-Westfalen “de eerste Europese klimaatneutrale regio zal worden.” Er is nog een lange weg te gaan. 

Ook wie bezorgd is om het klimaat, moet begrijpen dat het vernietigen van de eigen industrie de foute weg is. Dan is de aanpak van de Deense econoom Bjorn Lomborg veel beter. Over de recente klimaattop COP30 schrijft hij dat die “een herhaling is van drie decennia aan ineffectief klimaatbeleid.” Integendeel, pleit hij voor het volgende:

“De meest kosteneffectieve, directe klimaatoplossing: aanpassing, zoals het voorkomen van overstromingen en het bouwen van veerkrachtige infrastructuur. En de meest kosteneffectieve oplossing voor het welzijn van de mens: focus op de vele directe problemen in de wereld, zoals honger, ziekte en armoede, waar we veel grotere voordelen kunnen bieden tegen veel lagere kosten. Alleen maar streven naar CO2-reductie, zoals COP30 heeft gedaan, is een morele mislukking waarbij het welzijn van de meest kwetsbare mensen ter wereld wordt opgeofferd op het altaar van een verre klimaatdoelstelling die met ons huidige beleid nooit zal worden bereikt.” 

Deze visie is nog allesbehalve deel van de beleidsconsensus in de EU.