Voor atomen
Zon en wind zijn niet geschikt voor energieproductie op grote schaal.
(Artikel door Frans Crols, oud-hoofdredacteur van Trends en lid van de adviesraad van denktank Libera!, zoals oorspronkelijk gepubliceerd op Doorbraak.be op 14 oktober 2025.)
Wordt Vlaanderen een speldenkussen van windmolens of kiezen we voor een handvol nucleaire molshopen die we kunnen vergroenen en die in het landschap passen? Vlaanderen is het lelijkste land ter wereld, zei architect Renaat Braem al in 1968. Dat valt nog meer op nu de herfst het groen van de bomen en struiken hakselt.
Net Zero
Steenkool, olie en gas zijn de heksen van de miljoenen tonnen koolstofdioxide die de aarde dagelijks vergiftigen. Daarom willen politici tegen 2050 geen uitstoot meer van koolstofdioxide, “Net Zero” in technische en politieke taal. Dat doel is een hersenschim zonder de kernenergie. Zonnestroom en windenergie ogen dan wel natuurlijker, sympathiek en goedaardig, maar zijn kleuters in een duurzame energieproductie op grote schaal.
Eén gram uranium produceert evenveel energie als één ton steenkool. Een kerncentrale slikt jaarlijks 30 ton uranium. Voor eenzelfde hoeveelheid jaarenergie verbrandt een fossiele centrale 2,5 miljoen ton steenkool. Een typische reactor bedient met 80 kilogram uranium per dag 1 miljoen mensen. Romantici verstoken met hun open haard per avond meer hout en vernietigen groen.
Een kerncentrale stoot geen koolstofdioxide uit, de duivel voor Net Zero, en heeft beheersbare uitdagingen die opgelost worden. De bulldozers brommen bij het graf voor zacht kernafval in Dessel. Samen vormen Mol en Dessel een mondiaal wetenschapsdistrict voor de kernenergie.
Loze woorden
Het streefdoel net zero is een rimram van loze woorden. Het reizend circus van klimaatconferenties raakt nergens en zal nooit zijn objectief behalen. Geen enkel ontwikkeld land is in de verste verte de nul procent koolstofdioxide in 2050 genaderd. Het hoera over de stijgende aantallen elektrische wagens is nep zolang de interne verbrandingsmotor van de auto vervangen wordt door de externe verbrandingsmotor van een fossiele centrale.
Stilaan rijpt het besef: de enige hoop voor Net Zero is een andere manier om energie te oogsten. De Arizona-regering wijst de vrees voor het nucleaire af en volgt de trend van de buurlanden. Ook het Belgische planbureau suggereert meer centrales. Vondsten rijpen, zoals atoomcentrales in diepe schachten in de aarde en de fameuze SMR (Small Modular Reactors), huis- , tuin- en keukencentrales.
Klimaatverandering is geen milieu-uitdaging, het is een energie-uitdaging. Zon en wind zijn bonusjes en missen de kracht voor een revolutie naar een koolstofdioxidevrije samenleving. Ik verwijs ook naar het verfrissende “Going Nuclear” van Tim Gregory.
De zogenaamd natuurlijke renewables zijn Lego voor volwassenen. Aan een windturbine en een zonnepaneel is niks natuurlijks; zij zijn even hightech als een smartphone of een hoorapparaat. En zelfs als renewables natuurlijker zouden zijn dan vreedzame kernenergie: wie stoort zich aan de onnatuurlijke vondsten van antibiotica, kunstmest, transistoren, ruimtereizen, kunstmatige intelligentie? Allemaal menselijke ideeën, producten van het brein.
Nucleaire middeleeuwen
De sovjets lokten in 1986 met Tsjernobyl de nucleaire middeleeuwen uit. Onbekwaam en boefachtig knoeiden zij met hun type reactor en torpedeerden zo het vertrouwen in vreedzame kernenergie. In de jaren tachtig werden meer kerncentrales gebouwd dan in de decennia nadien.
Als koolstofdioxide effectief satanisch is, had de wereld niet verdwaasd moeten reageren op Tsjernobyl. Toen kromp het bouwritme van kerncentrales, het beste wapen tegen CO2. De neergang van de atomen voor de vrede begon.
Tsjernobyl is veertig jaar voorbij en heeft tot vandaag vijftig doden veroorzaakt; dertig onmiddellijk na de ontploffing en twintig door kankers nadien. Vijftig doden zijn er vijftig te veel, maar het werd dus niet de superramp die voorspeld werd. Three Mile Island in de VS in 1979 en Fukushima in 2011 zijn ook verteerd. In het laatste geval vielen alleen doden door de overhaaste evacuatie.
Maar anno 2025 ontstaan opnieuw kansen voor dergelijke energiehuizen. Volgens het Britse Tony Blair Institute hadden we 29 gigaton koolstofdioxide kunnen vermijden als we in 1986 professioneel hadden gereageerd op de kernramp en verder centrales hadden gebouwd.
Kernafval
Een ander klassiek tegenargument gaat over kernafval. Het hoogradioactief afval van de voorbije 70 jaar, het enige wat bestendige bewaking vergt, bedraagt 390.000 ton. De rotzooi past in een kubus met een doorsnede van 33 meter: de grootte van een gemiddelde concertzaal. Kernafval is trouwens herbruikbaar. Frankrijk bijvoorbeeld recycleert tot 95 procent van de uraniumstaven uit zijn centrales tot nieuwe brandstof. Circulaire energie waar groenen geen ‘neen’ op kunnen zeggen.
Belofte en gevaar
Tweeëntwintig dagen voor mijn geboorte op 24 december 1942, gloeide in de nucleaire proefreactor van Enrico Fermi, fysicus en grondlegger van de kernenergie, een nieuw vuur. Zoals bij het oude vuur stond de aarde voor een wegsplitsing van belofte en gevaar. Kernenergie is psychologisch besmet doordat gelijklopend atoombommen geboren en gebruikt werden. In de publieke opinie, aangewakkerd door de sentimentaliteit van de groene beweging, worden de opbouwende atomen en de vernietigende atomen verstrengeld. Groen jokt door de twee gelijk te stellen.
Vandaag verbruikt de mensheid 3100 procent meer energie dan in 1800. Het leidde tot een bevolkingsgroei naar 8 miljard mensen. Miljarden werden uit de armoede getild, het gemiddeld aantal levensjaren verdubbelde. De kindersterfte zakte van een op de drie boorlingen tot nog maar een op de 23. Sinds 2000 hebben 2 miljard meer mensen zuiver drinkwater, 4,3 miljard medeburgers klikken internet aan en Jan met de pet is 50 procent welvarender.
Die gunstige cijfers zullen verder verbeteren met meer atomen voor de vrede en minder gepriegel met wind en zon.