Slechts een eerste stap

ma 25 aug 2025 - 07:34

De Europees-Amerikaanse “gezamenlijke verklaring” nader bekeken.

(Artikel door Pieter Cleppe, ondervoorzitter van Libera! en hoofdredacteur van BrusselsReport.eu.)

Na weken van spanning over de handelsoorlog hebben de EU en de VS eindelijk een “gezamenlijke verklaring” uitgebracht. Het document moet meer details aangeven over EU-Commissievoorzitter Ursula von der Leyen eind juli met Trump is overeengekomen. Zoals EU-commissaris Maroš Šefčovič echter stelt: “Dit is niet het einde, maar het begin. Dit is slechts een eerste stap.”

Belangrijk is dat Trump zich met dit akkoord committeert aan een tariefplafond van 15% voor de meeste producten, inclusief medicijnen. Dat geeft wat ademruimte, al vallen staal en aluminium buiten de deal. Maar vergeleken met 2024 gaan we erop achteruit: toen waren bijvoorbeeld medicijnen volledig vrijgesteld van invoerrechten. De Europese farmasector kan hierdoor tot 18 miljard euro verliezen, ondanks uitzonderingen voor generieke middelen.

De afspraken zijn duidelijk: Washington verlaagt zijn invoerheffing op Europese auto’s en onderdelen van 27,5% naar 15%. In ruil schaft Brussel álle invoerheffingen op Amerikaanse industriële goederen af, inclusief de 10% die nu nog op auto’s geldt. Bovendien erkennen beide partijen elkaars productnormen. Dat klinkt als een overwinning voor consumentenkeuze, maar groene ngo’s zien al spoken van ‘monsterlijke Amerikaanse pick-ups’ met lagere veiligheids- en milieunormen op Europese wegen. Europa lijdt zelden aan onderregulering, dus dat doemscenario mogen we met een korrel zout nemen.

Globaal genomen is het akkoord wel negatief voor de Europese economie in vergelijking met de situatie in 2024, aangezien bijvoorbeeld de export van geneesmiddelen naar de VS toen volledig vrijgesteld was van invoerrechten. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor de prijzen van geneesmiddelen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, en misschien ook voor de werkgelegenheid in de Europese farmaceutische sector. De Europese farmaceutische federatie schat dat dit bedrijven tot 18 miljard euro kan kosten, ondanks de vrijstelling voor generieke geneesmiddelen.

Niet-tarifaire belemmeringen

De EU heeft ook enkele nogal vage beloften gedaan om tegemoet te komen aan de bezorgdheid van de VS over de EU-wetgeving inzake verplichte duurzaamheidsverslaglegging (de richtlijn inzake duurzaamheidsverslaglegging door ondernemingen), toezicht op de toeleveringsketen (de richtlijn inzake due diligence op het gebied van duurzaamheid door ondernemingen) en ontbossing (de EU-ontbossingsverordening). In de gezamenlijke verklaring verbindt de EU zich ertoe ervoor te zorgen dat haar regels “geen onnodige beperkingen opleggen aan de trans-Atlantische handel” door de administratieve lasten voor bedrijven in de CSDDD te verminderen en wijzigingen voor te stellen in de CSRD- en CSDDD-richtlijnen van de EU, iets wat de Europese Commissie sowieso al doet in het kader van haar ‘vereenvoudigingsinitiatief’ dat is vastgelegd in haar zogenaamde “omnibuspakket”.

Belangrijk is dat de EU, wat een ander nieuw groen initiatief betreft, namelijk de ontbossingsrichtlijn, verklaart dat zij erkent dat de productie van grondstoffen in de VS “een verwaarloosbaar risico vormt voor de wereldwijde ontbossing”. Op verzoek van de Verenigde Staten heeft de Europese Commissie in mei eigenlijk al aangekondigd dat zij de invoer van Amerikaanse producten die onder de nieuwe Europese ontbossingsrichtlijn vallen, zal vrijstellen door ze als “laag risico” aan te merken. Deze nieuwe ontbossingsrichtlijn legt handelspartners allerlei bureaucratische verplichtingen op om producten zoals cacao, koffie, soja, palmolie en rundvlees naar de EU te exporteren om ontbossing tegen te gaan. 

De maatregel leidde niet alleen tot een ruzie met de VS. Ook Zuidoost-Aziatische palmolieproducenten, zoals Maleisië en Indonesië, protesteerden. Deze regeringen vinden het nu oneerlijk dat hun import wordt aangemerkt als “normaal risico”, in tegenstelling tot de Amerikaanse classificatie “laag risico”, vooral gezien het feit dat het probleem van ontbossing in landen als Maleisië sterk is verbeterd, met een daling van 13 procent vorig jaar.

Bovendien hebben 18 van de 27 EU-lidstaten onlangs verdere wijzigingen geëist aan deze anti-ontbossingsrichtlijn, die in januari 2026 in werking moet treden. Volgens Reuters is de reden dat van sommige producenten simpelweg niet kan worden verwacht dat zij aan de voorwaarden voldoen, waardoor zij ook een concurrentienadeel zouden ondervinden. Met andere woorden, de Europese Unie heeft wetgeving doorgedrukt die simpelweg niet uitvoerbaar is. Aangezien de richtlijn ook van toepassing is op de export, vrezen regeringen dat bedrijven als gevolg daarvan gewoon uit de EU zullen vertrekken.

Belangrijk is voorts dat in de gezamenlijke verklaring ook wordt benadrukt dat de Europese Commissie “zich ertoe verbindt te werken aan extra flexibiliteit bij de uitvoering van het CBAM”. CBAM staat voor “Carbon Border Adjustment Mechanism” (koolstofgrensaanpassingsmechanisme). Het is een effectief klimaatdouanetarief dat de EU wil opleggen aan handelspartners die haar dure klimaatbeleid onvoldoende kopiëren. Turkije, Oekraïne en Servië zullen naar verwachting proportioneel het hardst worden getroffen door dit nieuwe klimaattarief van de EU, maar dit zal ook de arme Afrikaanse economieën en India treffen. Deze handelspartners zullen nu zeker aangemoedigd worden om verlichting van deze protectionistische EU-maatregel te eisen, nu Trump daarin is geslaagd.

Bijsturen van EU-beleid

De Europese Unie heeft weinig tot geen impact op de grillen van Trump, maar het kan wel het eigen beleid bijsturen. De EU moet dan ook de gelegenheid te baat grijpen om een grondige koerswijziging door te voeren. Onder meer het peperdure groene beleid van de laatste jaren moet op de schop. Veel van de maatregelen van de zogenaamde “green deal” zijn sowieso nog niet in voege, dus men kan dit bezwaarlijk een grote politieke inspanning noemen. Dan gaat het bijvoorbeeld over dat verbod op de verbrandingsmotor, maar ook de uitbreiding van de Europese klimaatbelasting, ETS2, naar huizen verwarmen op gas of met de auto rijden op benzine of diesel. Dat dreigt Europese consumenten hard te treffen, met een jaarlijkse energierekening die honderden euro’s hoger zal liggen. Als men het niet doet om Trump te paaien, moet het in elk geval gebeuren ter wille van de Europese economie.

Jim Ratcliffe, de oprichter van chemiegigant Ineos, zei eerder dit jaar het volgende over de ETS1-klimaatbelasting van de EU: “Terwijl China in een ongezien tempo aan het industrialiseren is en de Verenigde Staten de achtervolging hebben ingezet met onder meer de tarieven, is Europa vooral aan het de-industrialiseren. De energiekosten zijn ettelijke keren hoger en de cash moet hier vooral naar koolstoftaksen gaan in plaats van naar investeringen. Zo wordt het leven uit onze industrie geknepen.”

Voor de Europese chemische industrie is het dan ook vijf na twaalf. Na tien jaar van onafgebroken groei in werkgelegenheid zijn er in 2024 meer dan 1.150 jobs verloren gegaan in de Belgische chemiesector. Ook in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk gaan de zaken slecht- Het wegvallen van goedkope energie maakt het voor de sector lastig concurreren. Daarnaast is sprake van wereldwijde overcapaciteit en dalende vraag, aldus internationaal onderzoeksbureau ICIS.  

Men zou wat meer alarmisme verwachten op dat vlak. Verminderen van CO2-uitstoot kan alvast geen reden zijn om de ETS- klimaattaks te behouden. In de V.S., waar zo’n emissiehandelssysteem ontbreekt, daalde de CO2-uitstoot procentueel sterker  per capita dan in de EU, sinds 2005, toen het ETS-systeem werd ingevoerd. 

De Europese “Digital Services Act” en de “Digital Markets Act” 

De VS is van mening dat Europese digitale regelgeving ook een “niet-tarifaire belemmering” vormt. Trump & co hebben daar zeker een punt. De Europese “Digital Services Act” en de “Digital Markets Act” leggen tal van nieuwe verplichtingen op aan grote digitale spelers, die natuurlijk voor het merendeel Amerikaans zijn. Desondanks werd deze kwestie “buiten de handelsbesprekingen gehouden”, aldus Šefcovič, die hieraan toevoegde: “We concentreerden ons op wat duidelijk de prioriteit was en daarom wordt er in de gezamenlijke verklaring geen melding van gemaakt. (...) Komt het later aan de orde, wordt het besproken? Onze betrekkingen zijn zo uitgebreid dat er ongetwijfeld veel kwesties zullen worden besproken.”

Wel wordt in de gezamenlijke verklaring vermeld dat de EU geen netwerkkosten zal invoeren of handhaven, wat betekent dat EU-telecombedrijven de grootste technologieplatforms geen kosten in rekening kunnen brengen voor het verwerken van hun verkeer. In de verklaring wordt ook toegegeven dat de EU “van plan is om met de VS en Amerikaanse handelaren te overleggen” over de digitalisering van handelsprocedures en de uitvoering van de EU-douanehervorming, waarover momenteel nog wordt onderhandeld. Eerder was Trump er al in geslaagd om de Europese Commissie te bewegen een voorstel voor een belasting op digitale diensten in te trekken, die nadelig zou zijn geweest voor Amerikaanse grote technologiebedrijven, maar ook voor Europese consumenten.

Uit een nieuwe studie van het CCIA Research Centre blijkt dat EU-regelgeving voor digitale diensten Amerikaanse bedrijven enorm veel geld kost: tot 97,6 miljard dollar per jaar, met een conservatieve schatting van 38,9 miljard dollar. Denken de eurocraten echt dat de VS dit zomaar zullen accepteren? Zoals ook Šefcovič heeft opgemerkt, moet er nog veel worden onderhandeld, bijvoorbeeld over het afschaffen van de nieuwe Amerikaanse heffingen op wijn en gedistilleerde dranken, iets wat de EU-onderhandelaars niet hebben kunnen voorkomen. Het staat vast dat de VS niet zullen aarzelen om beide aan elkaar te koppelen.

Ook zijn er beloften van de EU dat zij “van plan is de aankoop van militaire en defensiematerieel uit de Verenigde Staten aanzienlijk te verhogen”, dat zij “van plan is” tot 2028 voor 750 miljard dollar aan Amerikaanse energie, waaronder vloeibaar aardgas, olie en kernenergieproducten, aan te kopen, en dat zij voor “ten minste” 40 miljard dollar aan Amerikaanse chips voor kunstmatige intelligentie zal kopen. Deze toezeggingen zijn misschien niet erg gedetailleerd, maar ze kunnen door de VS worden gebruikt als pressiemiddel om de EU onder druk te zetten op het gebied van digitale regelgeving.

Vrije meningsuiting 

Op 25 juli heeft de Republikeinse meerderheid in de Commissie voor Justitie van het Huis van Afgevaardigden ook een rapport gepubliceerd met de titel “The Foreign Censorship Threat: How the European Union's Digital Services Act Compels Global Censorship and Infringes on American Free Speech” (De dreiging van buitenlandse censuur: hoe de Digital Services Act van de Europese Unie wereldwijde censuur afdwingt en de Amerikaanse vrijheid van meningsuiting schendt). 

In het door de Republikeinen opgestelde rapport wordt gesteld dat de DSA, “vermomd als een verordening om de online veiligheid te vergroten”, in feite “een krachtige censuurwet is die Europese regelgevers de mogelijkheid geeft om wereldwijd meningen te onderdrukken waarmee zij het niet eens zijn”. Het vlaggenschip van de EU om online-inhoud te reguleren is volgens het rapport niets minder dan een “anti-vrijheid van meningsuiting, Big Brother-wet”. In reactie hierop houdt de EU vol dat haar regels het recht op vrije meningsuiting van burgers waarborgen en bedoeld zijn om deze platforms te ontdoen van illegale inhoud met betrekking tot zaken als terroristische activiteiten en kindermisbruik.

“Terrorisme” of “het beschermen van de kinderen” zijn natuurlijk de klassieke excuses die men van overijverige beleidsmakers kan verwachten. 

Het rapport bevat een aantal voorbeelden die aantonen hoe de DSA over de schreef gaat. Een bloemlezing:

  • “Een brief van augustus 2024 van de toenmalige Europese commissaris voor de Interne Markt, Thierry Breton, aan Elon Musk, wiens platform X een live campagne-interview had uitgezonden met de toenmalige presidentskandidaat Donald Trump, waarin werd gewaarschuwd dat “spillovers” van Amerikaanse uitingen naar de EU zouden kunnen leiden tot “tijdelijke” vergeldingsmaatregelen van de Commissie tegen X op grond van de DSA;
  • Een verzoek van een Poolse officiële instantie, het Nationaal Onderzoeksinstituut, aan TikTok in 2024 om een bericht te verwijderen waarin werd beweerd dat “elektrische auto's noch ecologisch, noch economisch zijn”;
  • Een verzoek van de Franse nationale politie aan X om een bericht van een in de VS gevestigd account te verwijderen waarin werd gesuggereerd dat het immigratie- en burgerschapsbeleid van Frankrijk verantwoordelijk was voor een terroristische aanslag in Annecy in 2023, gepleegd door een Syrische vluchteling;”

Hopelijk zouden deze voorbeelden voldoende moeten zijn om het nieuwe Europese digitale regelgevingsregime eens grondig te herbekijken. 

Dat moet niet alleen omdat de V.S. dit vragen of omdat de nieuwe regels een regelrechte bedreiging vormen voor de vrije meningsuiting. Het mag evident zijn dat onze toekomstige concurrentiekracht nauw samenhangt met de openheid ten opzichte van digitale innovatie. Amerikaanse digitale spelers beslisten al om een aantal AI-diensten niet beschikbaar te stellen binnen de EU omwille van Europese regelgeving. Willen we echt die weg blijven opgaan?