Nog meer duur EU-klimaatbeleid

vr 14 nov 2025 - 00:54

Het klimaatbeleid negeert de publieke opinie. Aankondigingen in aanloop naar de COP30-conferentie in Brazilië.

(Artikel door Pieter Cleppe, ondervoorzitter van Libera! en hoofdredacteur van BrusselsReport.eu.)

In Brazilië is de zogenaamde “klimaattop”, COP30 genaamd, van start gegaan, waar beleidsmakers op het gebied van klimaatverandering uit de hele wereld bijeen zijn gekomen. 

In Europa lijken EU-beleidsmakers niet in staat om te stoppen met het voeren van steeds schadelijker klimaatbeleid. Eerder deze maand bereikten de EU-klimaatministers overeenstemming over weer een nieuwe EU-klimaatdoelstelling, ditmaal voor 2040. Ondanks enkele concessies op een paar punten, kwamen de EU-lidstaten overeen om de CO₂-uitstoot met 90 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990.

Het houdt niet op. Deze week bereikten de EU-klimaatministers een akkoord over alweer een nieuwe klimaatdoelstelling, ditmaal tegen 2040. Ondanks een afzwakking op enkele punten, gingen de EU-lidstaten daarbij akkoord om  de uitstoot van CO₂ – in vergelijking met 1990 – met 90 procent te verminderen.

Enkele lichtpuntjes: de invoering van de peperdure nieuwe CO₂-taks ETS2 voor mensen die met een benzine- of dieselwagen rijden, of hun huis op gas verwarmen, wordt een jaar wordt uitgesteld, naar 2028. EU-lidstaten krijgen ook de toelating om een klein deel – 5 procent - van hun eigen uitstoot te compenseren door zogeheten koolstofkredieten buiten de Europese Unie te kopen – op kosten van belastingbetalers dus. 

Bizar genoeg stemde een gekwalificeerde meerderheid van de EU-lidstaten voor dit soort beleid. Enkel Hongarije en Slovakije stemden tegen. België en Bulgarije onthielden zich. Italië, Polen en Roemenië hebben wat tegengestribbeld, maar steunden het compromis uiteindelijk. De andere Europese regeringen negeren de stijgende tegenstand tegen dit soort economisch schadelijk klimaatbeleid compleet. 

De aanleiding om net nu hierover beslissingen te nemen is de zogenaamde “klimaattop” COP30 in Brazilië. De Europees Commissaris verantwoordelijk voor klimaatbeleid, Wopke Hoekstra, reageerde nadien verheugd dat de EU nu een “leidende rol” op vlak van klimaatbeleid zou kunnen blijven opnemen. Hij gaf daarbij wel dat hoge energiekosten en maatschappelijk protest de reden waren voor de afzwakking van de voorstellen van de Europese Commissie. 

Een klimaattop in het Amazonegebied

Verleden jaar vond de COP-klimaattop plaats in Bakoe, bakermat van olie en gas. Dit jaar vindt ze plaats in Belém in Brazilië, midden in het Amazonegebied, waardoor de Brazilianen gedwongen werden bossen te kappen om nieuwe wegen en luchthavens aan te leggen om de top mogelijk te maken. Tienduizenden hectaren beschermd Amazonewoud werden geveld om een nieuwe vierbaans-autosnelweg aan te leggen.

Dat de V.S. onder Donald Trump het kader van het klimaatakkoord van Parijs gewoon opnieuw verlieten, lijkt de Europese regeringen daarbij niet te deren, en evenmin dat China en India gewoon doorgaan met de forse uitbreiding van steenkoolcentrales. In China steeg de capaciteit voor steenkool dit jaar bijvoorbeeld met 80 tot 100 gigawatt. Uttar Pradesh, de dichtstbevolkte staat van India, en de oostelijke staat Assam, die onlangs de stimuleringsmaatregelen voor schone energieprojecten heeft ingetrokken, zijn van plan om in de komende twee maanden aankoopovereenkomsten te sluiten voor in totaal ten minste 7 gigawatt aan steenkoolgestookte energie, die in 2030 moet worden geleverd. Klimaatneutraal? Niet bepaald.

Het mag niet deren. Vol enthousiasme dankte Europees Commissievoorzitter bij dit alles de Braziliaanse President Lula, waarbij ze stelde: "Brazilië toont Groot leiderschap. Zowel op vlak van het zetten van een prijs op CO2. Als op de strijd voor onze bossen."

Het zou grappig zijn als het niet zo ernstig was. Nog los van het Europese geklungel met de eigen nieuwe bureaucratische ontbossingsrichtlijn, die zowel in als buiten Europa woede opwekt, is Brazilië niet bepaald een modelleerling op vlak van ontbossing. De sojateelt is er bijvoorbeeld verantwoordelijk voor grote ecologische schade. 

Klimaatbeleid uittekenen in het land van de sojateelt

In augustus nog beslisten de Braziliaanse autoriteiten om het zogenaamde “Amazon Soy Moratorium” (ASM) te schorsen. Deze regeling is een sectorale overeenkomst waarbij grondstoffenhandelaren overeenkwamen om geen sojabonen te kopen uit gebieden die na 2008 ontbost waren. Volgens studies droeg dit bij tot de vermindering van de totale ontbossingsgraad in het Amazonegebied. Opmerkelijk daarbij is dat de overeenkomst vrijwillig was, en boeren, milieuactivisten en internationale voedingsbedrijven bijeenbracht. Het liet toe om de sojaproductie aanzienlijk te doen toenemen zonder dat het Amazonegebied werd vernietigd, en het zou naar schatting 17.000 km² ontbossing hebben voorkomen.

Het WWF waarschuwt dat “Zonder de juiste waarborgen veroorzaakt de sojateelt wereldwijd grootschalige ontbossing en verdrijving van kleine boeren en inheemse volkeren.”  Hoewel de oppervlakte die het telen van soja inneemt oploopt tot bijna 30% van het totale areaal oliegewassen wereldwijd, voorziet deze teelt slechts in 28% van de vraag naar plantaardige olie, wat dus op een aanzienlijke inefficiëntie wijst.

NGOs kloegen daarom al aan dat sojaproductie in Brazilië fors bijdraagt tot de ontbossing van het Amazonewoud, zowel direct door het kappen van bossen voor nieuwe sojaboerderijen als door het verdrijven van kleine boeren die vervolgens naar bosgebieden verhuizen om daar aan zelfvoorzienende landbouw te doen. Ook infrastructuur voor de ontwikkeling van deze sector speelt uiteraard een rol, alsook het gebruik van pesticides, en de impact die sojateelt heeft op waterverbruik en afvalverwerking. Voorts is de Braziliaanse landbouwsector, en dus ook voor een groot stuk de sojateelt, verantwoordelijk voor zowat drie vierde van de CO2-uitstoot van het land waar de wereldwijde klimaatclub nu neerstrijkt.  

Een democratisch deficit

In een stuk over COP30 interviewde de BBC Claudio Verequete, een eenvoudige Braziliaanse arbeider. Hij klaagt over de nieuwe weg om de klimaatbeleidsmakers naar Belém te krijgen: “Alles is vernietigd”, stelt hij, terwijl hij naar de open plek wijst. “Onze oogst is al gekapt. We hebben dat inkomen niet meer om ons gezin te onderhouden.” 

Hij stelt daarbij geen compensatie te hebben ontvangen van de deelstaatregering en maakt zich ook zorgen dat de aanleg van deze weg in de toekomst tot meer ontbossing zal leiden, nu het gebied beter bereikbaar is voor bedrijven.

In Europa kunnen velen zich meer vinden in wat Claudio denkt dan in de zienswijze van de Europese Commissie, die zich op de borst blijft kloppen als “klimaatleider”. De afgelopen jaren is immers ook in Europa de publieke steun voor duur klimaatbeleid fors afgenomen. Terwijl in 2018 nog 35 procent van de Europeanen klimaat en milieu nog bij de twee belangrijkste uitdagingen van de EU beschouwden, is dat nu gezakt naar een luttele 10 procent. Het contrast met wat de beleidsmakers beslissen is ontluisterend. Een waar democratisch deficit.