Juristocratie
Is Bart De Wever aan handen en voeten gebonden?
(Artikel door Boudewijn Bouckaert, erevoorzitter van denktank Libera! en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2022, zoals oorspronkelijk gepubliceerd op Doorbraak.be op 9 november 2025.
In zijn magnum opus ‘Reset’ wijst Mark Elchardus op de kwalijke tendens naar ‘juristocratie’. Een tendens waarbij de rechterlijke macht allerlei beleidskwesties, die normaal aan democratisch verkozen wetgevers en regeringen toebehoren, naar zich toetrekt. In een interview met De Tijd (25 oktober 2025) wijst Quinten Jacobs erop dat democratische wetgevers almaar meer vast komen te zitten in een carcan van verdragsregels, supranationale wetgeving en beleidsbepalende rechtspraak.
Daardoor ontstaat een politiek dodelijke delivery gap. Politieke partijen kunnen wel nog veel beloven, maar ze kunnen door dat carcan uiteindelijk weinig leveren. Wat dan weer voortdurend voeding geeft aan populistische opstoten, zowel van rechts als van links.
Het koninginnenstuk van De Wever
Een nieuwe ‘juristocratische’ machtsgreep dreigt rond de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen, het koninginnenstuk van de regering-De Wever. Na twee jaar stopt de uitkering en wie dan nog geen werk heeft gevonden, kan terugvallen op een leefloon van het OCMW. We waren het enige land dat werkloosheidsvergoedingen ad vitam activam uitkeerde.
Een systeem dat duizenden potentiële werkkrachten jarenlang heeft vastgezet; hetzij in een Oblomov-achtig nietsdoen, hetzij in het zwarte arbeidscircuit. De hervorming zou normaal duizenden werklozen moeten activeren, wat in de boekhouding van onze sociale welvaartstaat neerkomt op een verschuiving van een ‘malus’ naar een ‘bonus’. Werknemers brengen door hun belastingen en parafiscale afdrachten op, werklozen kosten alleen maar.
De standstill: een intellectuele Houdini-truc
Argumenten te over voor die hervorming, zou je denken. Maar niet voor de vakbonden. Samen met middenveldorganisaties – het codewoord voor gesubsidieerde parastatalen – trekken ze naar het Grondwettelijk Hof om de hervorming aan te vechten. Ze beroepen zich – en hier komt de juristocratische aap uit de mouw – op het standstill-beginsel.Maatregelen mogen immers geen aanzienlijke verslechtering inhouden van het sociale voorzieningsniveau, tenzij dat noodzakelijk is voor het algemeen belang.
Vanwaar komt dat beginsel? Staat het in de Grondwet? Neen. Staat het in internationale verdragen? Neen. Staat het in Europese supranationale wetgeving? Neen. Het beginsel werd ontwikkeld via rechtspraak (van het Arbitragehof, het Grondwettelijk Hof, het Hof van Cassatie en lagere rechtbanken, vooral arbeidsrechtbanken) in één-tweetjes met linkse rechtsprofessoren.
Een juridische kapstok voor dat beginsel vinden de rechters in artikel 23 van onze Grondwet, waarin een reeks sociaaleconomische rechten staat opgesomd zoals het recht op arbeid, het recht op een behoorlijke huisvesting, het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu, enz. De rechters hebben middels jarenlange rechtspraak beslist dat zij, op basis van die grondwettelijke bepaling, de bevoegdheid hebben om wetgeving of regeringsbesluiten waarvan zij vinden dat die een aanzienlijke verslechtering van het sociale voorzieningsniveau inhouden, te vernietigen of niet toe te passen.
Er is geen enkel logisch dwingend pad dat loopt van artikel 23 naar het zogeheten standstill-beginsel, vrij vertaald als ‘achteruitgang is verboden’. De intellectuele sprong van het ene naar het andere is een puur politieke beslissing, zij het een die genomen is door een niet-verkozen rechterlijke elite.
Men kan aan artikel 23 van de Grondwet ook andere gevolgen verbinden. Men kan het bijvoorbeeld enkel beschouwen als leidraad voor het politieke beleid. Of als een leidraad bij het interpreteren van bestaande wetten en regeringsbesluiten, waarbij men de wetten en regeringsbesluiten steeds interpreteert in de richting van maximale bescherming van de in artikel 23 genoemde rechten. Ook die opties vloeien niet ‘logisch’ voort uit artikel 23, maar zij houden ten minste geen hold-up in van de rechter op het sociaaleconomische beleid, zoals dat het geval is met het standstill-beginsel.
Het algemeen belang als ontsnappingspad
De hogere magistratuur, die meestal de toonaangevende vonnissen en arresten produceert, de zogenaamde ‘precedenten’, is evenwel niet dom. Zij weten drommels goed dat zij niet te ver mogen gaan en het budgettaire schip van staat, waaruit zij tenslotte ook betaald worden, niet mogen kelderen.
Daarom is er een ontsnappingsclausule voorzien. De aanzienlijke verslechtering kan wel als zij noodzakelijk is voor het algemeen belang. Met die slag om de arm kunnen zij niet alleen voorkomen dat een budgettair noodzakelijke hervorming wordt geblokkeerd, maar ook dat de relatie tussen de politieke macht en de rechterlijke macht zwaar verstoord raakt en de politieke macht uiteindelijk haar voeten veegt aan de beslissingen van de rechterlijke macht.
Ondenkbaar is dat niet: getuige de weigering van staatssecretaris Nicole de Moor (cd&v) en minister Anneleen Van Bossuyt (N-VA) om door de rechter opgelegde dwangsommen voor gebrekkige asielopvang te betalen.
De Magistratuur op een heet zinken dak
De vakbonden zijn tegen de hervorming van het werkloosheidstelsel, want als uitbetalende instantie passeert er in het huidige systeem veel geld door hun handen. Follow the money, het geldt ook voor hen. Maar nu ze naar de rechter stappen, stellen zij onze magistratuur voor een moeilijke opgave: ofwel het algemeen belang inroepen en het verwijt krijgen dat zij die vermaledijde regering achternalopen, ofwel de standstilltoepassen en een miljardengat slaan in het overheidsbudget.
Daarom moet de standstill afgebouwd worden en moet artikel 23 eerder als een leidraad voor het beleid of het interpreteren van de wet beschouwd worden. Zo worden rechters weggehouden van netelige beleidsvraagstukken en kunnen zij zich toeleggen op datgene waarvoor zij opgeleid en benoemd zijn: het oplossen van geschillen tussen burgers onderling en tussen burgers en overheid. Te oordelen naar de reuzegrote gerechtelijke achterstand, hebben ze daar meer dan werk genoeg mee.