Cancelcultuur aan de UGent

ma 29 sep 2025 - 10:57

Cancelcultuur ‘at the grassroots’. Vakgroep Filosofie maakt het bont.

(Artikel door Boudewijn Bouckaert, erevoorzitter van denktank Libera! en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2022.

De cancelcultuur, waarbij academici het zwijgen wordt opgelegd wegens ‘foute’ ideeën, manifesteert zich niet steeds in beslissingen van hogere instanties zoals presidenten, ministers of rectoren. Dikwijls woekert het in de onderste lagen van het hoger onderwijs, zoals faculteiten, vakgroepen, onderwijscommissies, onderzoekscommissies, tuchtcommissies, enz. Psychologisch is deze ‘canceling at the grassroots’ daarom niet minder wreedaardig. Op een bepaald moment keert een hele meute van je naaste collega’s zich tegen u, studenten worden tegen u opgejut, men stuurt ‘hit pieces’ naar ‘bevriende’ media, enz. Deze intimiderende campagne kan zo hevig worden dat de geviseerde collega er op de duur de brui aan geeft en de ‘cancelaars’ hun doel van academische zuivering hebben bereikt. Dat overkwam bijvoorbeeld professor Kathleen Stock van de Sussex University die omwille van haar positie als ‘gender-critical feminist’ werd weggepest na een vileine, lasterlijke campagne vanwege collega’s en studenten. 

Iets gelijkaardigs, maar gelukkig nog niet zo dramatisch, overkwam professor Bouke De Vries, professor in de vakgroep Filosofie aan de Universiteit Gent. 

Giftige persartikelen

Het openingssalvo werd Op 12 maart 2025 gelost door het extreemlinkse roddelblad Apache met een artikel van Frank Olbrechts, getiteld ‘Rassentheorie maakt school aan Ugent’. De Morgen herhaalde op 15 maart dat salvo met een artikel van Bruno Struys getiteld ‘Nieuwe generatie eugenetici uit radicaal rechtse hoek vindt ingang in onze universiteiten’. Frank Olbrechts verwijt professor De Vries voornamelijk drie zaken: 1) het gebruik van het artikel ‘Can Liberalism Last? Demographic demise and the future of liberalism.’ van Jonathan Anomaly en Filipe Nobre Faria, gepubliceerd in het tijdschrift Social Philosophy & Policy. Hij zou in een les aan de studenten van het eerste jaar Politieke Filosofie dit artikel laten lezen hebben zonder daarbij kritische duiding te hebben gegeven; 2) het aanwerven van Craig Willy als vrijwillige doctoraatsstudent. Deze onderzoeker zou zich in zijn publicaties bezondigd hebben aan eugenetische en racistisch pseudowetenschap; 3) het artikel van professor De Vries over ‘The dysgenics objection to longtermism’ in het tijdschrift Futures (september 2024).

In beide artikelen worden professor De Vries en zijn Ph. D.-student Willy Craig ervan beschuldigd de studenten sluiks te indoctrineren met rassentheorieën, omvolkingstheoriën en propaganda te maken voor eugenetische praktijken die zelfs vergelijkbaar zouden zijn met de praktijken van de beruchte Nazi-arts Joseph Mengele. 

De ‘hit pieces’ van Apache en De Morgen troffen doel. Op 19 maart kwam de Onderwijscommissie Wijsbegeerte bijeen en bracht naar aanleiding van de ‘hit pieces’ het onderwijs van professor De Vries ter sprake. Deze commissie was van oordeel dat professor De Vries ‘een oordeelsfout’ had gemaakt en te weinig kritische duiding had gegeven bij het artikel ‘Can liberalism last…’.. Zij vonden dat hij daardoor de Deontologische Code van Ugent had geschonden. Deze luidt:

  • ‘Vrijheid van mening is niet onbegrensd:
  • Je zet niet aan tot discriminatie, haat, geweld of segregatie tegen anderen
  • Je verspreidt geen denkbeelden over de superioriteit van een ras of rassenhaat
  • Je maakt je geen lid van groepen of verenigingen die discriminatie of segregatie verkondigen
  • Je onthoudt je van elke vorm van negationisme’.

Dit besluit van de Onderwijscommissie werd op UFORA, het digitaal platform van Ugent geplaatst, zonder dat professor De Vries zijn bezwaren tegen deze beslissing daarop mocht weergeven. Een soort digitale schandpaalstraf dus. Omdat de studenten, die een open brief tegen hem hadden gepubliceerd (zie De Wereld Morgen,30 mei) vreesden dat professor De Vries via het examen ‘wraak’ op hen zou nemen, werd voor het examen een ‘vier ogen’-regeling ingesteld. Het examen mocht maar worden afgenomen met een andere collega erbij. 

Liberalisme is bedreigd op langere termijn

Was de beschuldiging dat professor De Vries aan de studenten een racistisch artikel met omvolkingstheorieën had voorgeschoteld correct? Zelfs als zou dat het geval zijn dan nog moet dit in een academische context mogelijk zijn, uiteraard niet zonder kritische duiding en mogelijkheid tot debat onder de lezers. Lectuur van dit artikel wijst uit dat het niets met racisme of omvolkingstheorieën te maken heeft1. Het artikel wijst op een aantal lange termijnbedreigingen voor liberale samenlevingen. Deze bedreigingen situeren zich vooral in de ongelijke demografische ontwikkelingen binnen liberale samenlevingen. Bevolkingsgroepen afkomstig uit landen met een antiliberale cultuur hebben een hogere vruchtbaarheid dan de liberale autochtone bevolkingslagen. Hetzelfde geldt voor religieuze groepen. In de Verenigde Staten is de vruchtbaarheid bij fundamentalistische christenen veel hoger dan bij minder religieuze of niet religieuze bevolkingsgroepen. De vruchtbaarheid wordt ook afgeremd door de urbanisatie die kleinere huisvesting en een minder sterke familiecultuur inhoudt. Liberale waarden zoals ‘gender’-gelijkheid doen eveneens de vruchtbaarheid dalen aangezien werkende vrouwen minder tijd in opvoeding kunnen stoppen. De paradox is dat liberalen een aantal waarden huldigen die de ondergang van hun eigen maatschappijmodel kunnen bewerkstelligen. Zo zijn liberalen voorstander van open immigratie omwille van de noodzaak van aanvoer van arbeidskrachten, maar daardoor versterken ze de antiliberale krachten in de samenleving want veel immigranten zijn afkomstig uit antiliberale cultuursferen. Bovendien zorgt de massa-immigratie ervoor dat er sterke culturele breuklijnen ontstaan binnen de samenleving over dewelke heen men moeilijk kan samenwerken. Veel empirisch onderzoek wijst op de negatieve correlatie tussen (culturele) diversiteit en ‘social trust’. Autoritaire samenlevingen zijn beter gewapend om deze uitdagingen aan te gaan. Zij kunnen de immigratie sturen en een collectief gevoel van identiteit opleggen of stimuleren. Dit alles plaatst liberale samenleving voor grote dilemma’s. Ofwel laten ze de evolutie betijen waardoor de liberale samenleving kan imploderen. Ofwel nemen ze maatregelen die voor sommige liberalen onverteerbaar zijn zoals een migratiestop, om het liberalisme op lange termijn veilig te stellen. 

In het artikel staan een reeks stellingen die de radicale linkerzijde wellicht niet graag hoort. Zoals de noodzaak tot het beperken van massa-immigratie, het stimuleren van collectieve (nationale) identiteit, het aanzwengelen van de vruchtbaarheid door een hernieuwde familiecultuur. Voorts kunnen bij een aantal stellingen zeker kritische kanttekeningen worden gemaakt. Zo kan men zich afvragen of de stelling dat immigranten zich weinig of niet integreren in onze liberale samenleving niet te pessimistisch is, enz. Maar dit artikel kwalificeren als racistisch, zoals Apache en De Morgen doet en waarop de Onderwijscommissie Wijsbegeerte dan haar sancties steunt, is grotesk. Er zit geen zweem van racisme in dit artikel. Integendeel, het artikel gaat uit van de zorg voor de stabiliteit van liberale samenlevingen en de uitdagingen die dit met zich meebrengt. ’Liberal political institutions have been an enormous boon for humanity.(…….). But liberal political institutions around the world are facing two crises: low fertility and declining social trust’. Dit vat het artikel samen. De auteurs van het gewraakte artikel doen niet meer of minder dan de zorg om het voortbestaan op lange termijn van liberale instituties tot voorwerp maken van een kritisch onderzoek. Om dat als racistisch of radicaalrechts te bestempelen moet men met een overdosis van kwade wil behept zijn.

Reproductieve genetica heeft niets met verplichte eugenetica of radicaalrechts te maken

In de vermelde artikelen van Apache en De Morgen wordt ook het vizier gericht op het onderzoek van Craig Willy, een doctoraatsstudent van professor De Vries. In deze artikelen wordt het onderzoek van Willy vergeleken met de praktijken van de beruchte nazi-arts Jozef Mengele en wordt het geassocieerd met radicaal rechtse inzichten. Ook dit blijkt noch kant noch wal te raken. Vooreerst moet er een streng onderscheid gemaakt worden tussen gedwongen eugenetische praktijken zoals in nazi-Duitsland, Zweden en de Verenigde Staten in de jaren twintig en dertig van vorige eeuw, en het vrijwillig aanwenden van reproductieve technologieën. Omtrent deze laatste is er veel wetenschappelijk onderzoek en wordt er de laatste decennia grote vooruitgang geboekt. Zij laten de ouders toe hun kinderwens te vervullen, het risico op genetische aandoeningen te verkleinen of om eigenschappen van kinderen te verbeteren. Eigenschappen zoals intelligentie en ziekteresistentie die bewezen voordelen bieden voor individu en samenleving. Het recht van ouders om embryo’s te selecteren op eigenschappen zoals intelligentie en ziekteresistentie wordt trouwens verdedigd door veel progressieve en klassiek-liberale filosofen zoals Peter Singer van de Princeton universiteit. Dat het gebruik van deze reproductieve technologieën ethische vragen oproept, is evident. Het onderzoek van Willy heeft hierop betrekking. Dit onderzoek afbranden zoals De Morgen doet is dan ook nefast. 

Ook de ‘rassenkwestie’ kwam aan bod in de ‘hit pieces’ van De Morgen en Apache. Professor De Vries en Craig Willy geven volmondig toe dat er meer genetische variatie bestaat binnen ‘rassen’ (ancestrale groepen) dan ertussen en dat racisme bijgevolg geen wetenschappelijke basis heeft. Dat sluit echter niet uit dat er niet-triviale genetische verschillen bestaan tussen populaties en dat deze inzichten kunnen gebruikt worden om genetische aandoeningen bij verschillende etnische groepen op te sporen. Dat alles heeft niets met racisme te maken.

Om de beschuldigingen in De Morgen te weerleggen vroeg professor De Vries een uitgebreid recht op antwoord aan De Morgen. De krant publiceerde uiteindelijk een verkorte versie van zijn brief.

Dysgenetica en liberalisme

In de ‘hit pieces’ van Apache en De Morgen ging het tenslotte ook over het artikel van professor De Vries ‘ The dysgenics objection to longterminism’ in het Tijdschrift ‘Futures’. In dit artikel trekt professor De Vries de aannames van het ‘longtermism’, de filosofie die stelt dat het welzijn van toekomstige generaties het hoogste morele goed is, in twijfel. Vele van die aannames zijn te optimistisch. Een belangrijke aanname is dat onze nazaten moreel gelijkwaardig zijn, talrijker zullen zijn en dat wij hun toekomst positief kunnen beïnvloeden. Deze aanname staat echter, aldus De Vries door het fenomeen van cognitieve dysgenetica, een veronderstelde daling van de gemiddelde intelligentie in postindustriële samenlevingen. Deze daling belet verdere technologische vooruitgang, het oplossen van complexe problemen en het nastreven van altruïstische doelen. Daardoor wordt de morele status, de bevolkingsomvang en handelingscapaciteit aangetast. Volgens De Vries wordt dit probleem bestendig genegeerd door de beweging van effectief altruïsme. Hij beveelt dan ook daar meer onderzoek te doen. Voor het bestaan van cognitieve dysgenetica bestaat geen waterdicht bewijs maar ook geen waterdicht tegenbewijs. Reden te meer om het tot voorwerp van verder onderzoek te maken. Zoals bij de andere aantijgingen blijkt deze publicatie niets met rassentheorie of radicaalrechts te maken te hebben.

Vrijspraak op hoger niveau

Ook de onderzoeksprojecten van professor De Vries en Ph.D.-student Craig Willy werden, op vraag van de vakgroep Wijsbegeerte, onder de loep genomen door instanties op het niveau van het rectoraat. Deze verklaarden unaniem dat alle klachten tegen deze onderzoeksprojecten onontvankelijk waren en geenszins in strijd waren met de deontologie van de universiteit Gent. Het is verheugend dat de hogere instanties aan Ugent blijken wel nog oog te hebben voor de Academische vrijheid. De vraag is evenwel of dit zo zal blijven. Een aantal uitspraken van de nieuwe rector, professor Petra De Sutter, zijn regelrecht verontrustend. Zo stelt zij dat een collega die het genocidaal karakter van het Israëlisch optreden in twijfel durft te trekken, daarop zal aangesproken worden. Onderzoek dat daarover twijfel zaait moet verboden worden. De collega’s De Block en Loobuyck en Vrielinck en Lemmens hebben in uitstekende columns in respectievelijk De Morgen (17 september) en Knack (17 september) deze uitspraken veroordeeld en hebben erop gewezen dat een dergelijke verdogmatisering van de universiteit het draagvlak van de universiteiten in de samenleving sterk ondermijnt. En dat laatste, ja dat is het laatste dat wij willen. 

Besluit

Het hier beschreven incident toont aan dat academische vrijheid een zeer kwetsbaar goed is. Het blijkt te volstaan dat er in de roddelpers of door ongekwalificeerde journalisten een giftig stuk over een collega wordt gepubliceerd om een intimiderende disciplinaire actie tegen die collega te kunnen opzetten. Het is deontologisch onverantwoord dat de Onderwijscommissie op basis van dergelijke oppervlakkige en lasterlijke publicaties een beslissing nam die vernederend is voor professor De Vries. Dergelijke beslissingen moeten vatbaar zijn voor een snel en afdoend hoger beroep door een academische instantie, die verder verwijderd staat van de ‘peer’ groep die de beslissing nam. 

Het incident geeft ook blijk van een schrijnend gebrek aan vertrouwen in collega’s. Het benoemings- en bevorderingstraject van professoren is vrij lang en bevat veel evaluatiemomenten. Een instelling die vertrouwen heeft in haar eigen rekruterings- en bevorderingsmethoden moet dit vertrouwen ook aanhouden tegenover de individuele academici die deze trajecten doorliepen. De Onderwijscommissie had moeten uitgaan van een vermoeden van vertrouwen in het onderwijs van professor De Vries en had alleen maar bij stevig tegenbewijs maatregelen moeten nemen. Aan de Universiteit van Antwerpen legt professor Petra Meijer aan haar studenten het boek ‘Academische Gezelligheid’ van Hilde Van Liefferinge op. In dit boek wordt professor Carl Devos 10 jaar na de eventuele feiten op een subliminale manier beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag. We gaan ervan uit dat de keuze van professor Meijer om dit als studiemateriaal op te leggen eveneens wel overwogen is.

Tenslotte moet ook de Deontologische Code van de Gentse universiteit ter sprake gebracht worden. Deze Code is veel te ruim gesteld en laat ruimte voor willekeurige interpretatie. In een dergelijke code zou het respect voor de Academische vrijheid van academisch personeel het eerste en voornaamste artikel moeten zijn. De Onderwijscommissie Wijsbegeerte heeft dit beginsel duidelijk met de voeten getreden. Voorts zou er aan de artikelen, die de vrijheid van academici beperken, een interpretatieve bepaling moeten toegevoegd worden, waarbij gesteld wordt dat aan deze artikelen die interpretatie moet worden gegeven die het minst beperkend werkt voor de academische vrijheid.