Wachten op Hiroshima
De vraag is niet óf we kunstmatige intelligentie zullen reguleren, maar welk incident daar uiteindelijk de aanzet voor zal geven.
(Artikel door Peter De Keyzer, oprichter van Growth Inc. en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014 van denktank Libera!, zoals oorspronkelijk gepubliceerd in Trends van 23 september 2026.)
Een uitvinding met een gigantisch economisch en wetenschappelijk potentieel. En tegelijk een militaire dreiging waartegen geen verdediging bestaat. Een race tussen grootmachten om de technologie als eerste te beheersen met exportverboden, spionage en zwarte lijsten. Doembeelden en verklaringen die de verspreiding van de technologie moeten afremmen en telkens te laat komen. Een fragiel status quo.
De voorgaande paragraaf zou kunnen gaan over kernwapens. Of over artificiële intelligentie (AI). Net zoals kernenergie de doorbraaktechnologie was van de jaren veertig en vijftig, is AI dat vandaag. De technologie kan de macht van landen vergroten, niet alleen militair, maar ook wetenschappelijk, economisch en financieel.
Serhii Plokhy publiceerde vorig jaar met The Nuclear Age een boek over de verspreiding van kernwapens en nucleaire technologie na de Tweede Wereldoorlog. Landen bouwden geen kernwapens omdat ze die per se wilden, maar omdat ze vreesden dat andere landen sneller zouden zijn. Het Manhattan Project tijdens de Tweede Wereldoorlog was een race tegen de Duitse atoombom die er uiteindelijk nooit is gekomen. Stalin versnelde het Sovjet-atoomprogramma pas nadat Hiroshima had bewezen dat zowel de technologie als het wapen werkte. Ook India, China, Pakistan, Noord-Korea, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Israël wilden het wapen, vooral uit angst dat hun buren of vijanden het ook te pakken zouden krijgen.
Wetenschappers wezen op de risico’s van kernenergie. Albert Einstein waarschuwde voor het Duitse kernwapen en lag zo aan de basis van het Amerikaanse kernprogramma. De wetenschapper Klaus Fuchs spioneerde zelfs voor de Sovjets omdat het monopolie op kernwapens volgens hem zou leiden tot de wereldheerschappij van de Verenigde Staten.
Met AI lijken we ons in een vergelijkbare fase te bevinden. Een race om het beste model waarin fantastische doorbraken en angstaanjagende incidenten elkaar afwisselen. In juli ontsnapten bij een test 1.200 AI-agents van OpenAI uit hun omgeving en voerden cyberaanvallen uit op het bedrijf Hugging Face. Anthropic meldde dat ook zijn modellen tijdens tests in echte systemen waren binnengedrongen. Begin september nam Anthropic-onderzoeker Jacob Coxon ontslag. Volgens hem spelen zijn werkgever en OpenAI met de toekomst van de mensheid. Enkele dagen later riep Anthropic-CEO Dario Amodei op tot een tragere ontwikkeling. Hij pleitte voor externe controles én voor een uitzondering op de antitrustwetgeving, zodat de AI-reuzen onderling kunnen overleggen.
De vraag is of de motieven van de AI-bazen louter altruïstisch zijn. Zowel Anthropic als OpenAI wil naar de beurs en heeft er alle baat bij om zijn technologie als bijzonder krachtig voor te stellen. Tegelijk vragen ze te mogen samenwerken om controles op de labs uit te voeren. De ophaalbrug naar de nieuwe technologie sluiten om hun eigen monopolie te versterken kan net zo goed de bedoeling zijn. Voorlopig lijkt het Witte Huis niet bereid in te gaan op hun vraag, uit vrees dat het afremmen van de Amerikaanse AI-modellen ervoor zal zorgen dat China de race wint.
Er is één belangrijk verschil met de nucleaire wedloop: splijtstof is telbaar, nucleaire verrijking laat sporen na en een test met een kernwapen kan tot ver buiten de grenzen worden waargenomen. Bovendien waren kernprogramma’s duur en dus niet voor iedereen toegankelijk. Een AI-model is niet meer dan een bestand dat je niet kunt tellen, natrekken of zien verdwijnen.
Maar nog belangrijker: er is voor AI (nog) geen Hiroshima-moment geweest. Het wankele nucleaire evenwicht was gebouwd op een onuitwisbaar beeld van catastrofale vernietiging. Elk verdrag kwam er telkens pas na een bijna-ramp. De vraag is dus niet óf we AI zullen reguleren, maar welk incident daar uiteindelijk de aanzet voor zal zijn.