Laudatio Prijs voor de Vrijheid 2026

za 20 jun 2026 - 00:29

Lofrede voor Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van Stichting Merito.

(Lezing door advocaat Thomas Spaas, zoals uitgesproken op de uitreiking van de Prijs voor de Vrijheid 2026 op zaterdagavond 20 juni 2026 in de Auberge du Pêcheur in Sint-Martens-Latem.)

Geachte voorzitter, 
beste Vincent,
dames en heren,
en bovenal: beste Ivan,

Het is mij een eer en een waar genoegen om hier vanavond de laudatio te mogen uitspreken. Al besef ik maar al te goed in welk mijnenveld ik me daarmee begeef. Een lofrede houden voor een man die de eerlijkheid hoger acht dan zowat alles ter wereld, en die élke overdrijving, élke retorische bocht feilloos opmerkt - dat is vragen om moeilijkheden. Ik zal dus mijn uiterste best doen om bij de feiten te blijven. Voor zover een advocaat dat kan.

Laat ik beginnen bij het begin - bij hoe ik Ivan heb leren kennen.

Mijn eigen weg naar Ivan begon, zoals voor zovelen, tijdens een crisis. Het was 2008. De banken wankelden, het vertrouwen smolt weg als sneeuw, en in de algemene verbijstering deed bijna niemand de moeite die er werkelijk toe deed: tijdens de crisis nuchter uitleggen hoe het zat, en na de crisis uitzoeken uitzoeken wát er precies was misgegaan. Ivan sprak, en Ivan schreef toen zijn boek Roekeloos.

Ik herinner me het lezen ervan nog scherp. Het was een thriller, een pageturner, een autopsie die post-morten sneed om uit te zoeken wat er precies was misgegaan. Niet om mensen te lynchen, maar vooral om te begrijpen, zodat een volgende crash vermeden kon worden. En het viel me toen al op: hier was een man die weigerde om roekeloosheid als normaal te aanvaarden.

Veelzeggend was trouwens hoe het boek werd onthaald. Roekeloos bestond namelijk uit twee delen.

Het eerste, over de roekeloosheid van de banken, kon de pers uitstekend smaken - banken waren toen een dankbaar doelwit.

Maar over het tweede deel, dat de roekeloosheid van de overhéden onder de loep nam, bleef het merkwaardig stil. En net dat tweede deel verraadde wie Ivan was: niet iemand die de makkelijke, populaire vijand aanwijst, maar iemand die ook de macht durft aan te spreken - juist wanneer dat minder goed in de markt ligt. Het was, kortom, een man die een bijna in onbruik geraakt woord weer tot leven wekte - prudentie.

De stille deugd van wie in de zonnige jaren al aan de regen denkt; wie buffers opbouwt vóór de storm in plaats van erna; wie het systeem robuust wil, niet omdat hij zwartkijkt, maar net omdat hij gelooft dat het beter kan.

En wie prudentie zegt, zegt eigenlijk Adam Smith. Ivan is, dat weet iedereen die hem kent, een groot bewonderaar van de Schotse denker - en niet toevallig. Wij herinneren ons Smith vandaag vooral als de vader van de vrije markt, de man van de onzichtbare hand. Maar we vergeten te gemakkelijk dat hij vóór alles moraalfilosoof was, en dat zijn eerste grote werk niet handelde over de welvaart der naties, maar over de déugden. Over de prudentie. Over de zelfbeheersing waarmee een mens zijn vrees de baas blijft. En over wat hij de "onpartijdige toeschouwer" noemde - die innerlijke, eerlijke rechter naar wie je je richt in plaats van naar het applaus van de menigte.

Prudentie, moed, eerlijkheid: bij Smith waren dat geen losse deugden, en waren economie en ethiek geen twee gescheiden werelden. Het waren hoofdstukken van hetzelfde boek over hoe een mens - en een samenleving - goed kan leven. En dát is de traditie waarin Ivan staat. Hij was nooit de kille rekenmeester die men van economen verwacht. En hij zal het misschien niet graag horen maar voor Ivan is de economie, net als voor Smith, een morele wetenschap. Wie zegt dat de onzichtbare hand een goede zaak is, maakt noodzakelijkerwijze eerst een onderscheid tussen goed en kwaad.

Van het boek naar de man was een kleine stap - een stap die we, hoe kan het ook anders in deze tijden, op X (in die tijd nog gekend als twitter) hebben gezet. Wat begon als een paar berichten over en weer, werd gaandeweg een gesprek dat almaar dieper sneed. En dat werd nog eens extra intens tijdens de coronajaren.

Het is een periode die we, merkwaardig genoeg, collectief lijken te willen vergeten – zoals Ivan overigens toen al voorspelde. Maar ik vergeet ze niet, en Ivan ook niet. Ik herinner me Ivan toen het virus door velen nog werd weggewuifd als een veredelde griep, en hij waarschuwde dat er toch wel iets ernstiger zat aan te komen. Maar ik herinner me hem óók later in 2020 en daarna, toen de stemming volledig was gekanteld en hij - opnieuw - tot de eersten behoorde die durfden wijzen op de buitensporige prijs van lockdowns en maatregelen. En ik herinner me hoe hij waarschuwde voor de inflatiegolf die eraan zat te komen, door al het bijgedrukte geld, in een tijd dat de centrale banken en vaak op tv komende economen ons nog verzekerden dat er niets aan de hand was. Telkens weer: ahead of the curve.

Neem dat ene moment, april 2020. De officiële instituten verkochten ons een geruststellend sprookje: een krimp van acht procent, maar het jaar daarop netjes acht procent groei weer omhoog. Een keurige V, alsof een economie een lift is die je gewoon weer naar boven drukt. Ivan noemde het wat het was - een fabeltjeskrant. Geen V, zei hij, maar jaren van uitzieken. En hij kreeg gelijk. Tot op de eurocent gelijk. Vraag hem zelf maar om de exacte cijfers, ik ga er mij als jurist niet aan wagen, maar : het was juist.

Maar - en dit is waar het mij echt om te doen is - wie Ivan reduceert tot "de econoom die gelijk kreeg", heeft hem niet begrepen. Want het gaat hem nooit in de eerste plaats om het gelijk. Het ging hem om het dénken. Doorheen heel die crisis hamerde hij niet op één recept, maar op een beter beslissingsproces: multidisciplinair, eerlijk, zonder de uitkomst vooraf vast te leggen. Niet blind varen op de experten van dienst, niet blindvaren op de - al dan niet kreupele - opiniepeilingen, maar in vele kamers tegelijk werken, zoals hij het zei, aangestuurd door een medische cockpit én een economische. Natuurlijk had ook hij zijn mening over de juiste aanpak. Maar zijn echte zorg lag een niveau dieper: niet wat we beslisten, maar hoe we tot onze beslissingen kwamen.

Dat is prudentie in haar zuiverste vorm. Niet de angst om fouten te maken, maar de moed om helder te blijven denken terwijl iedereen om je heen in paniek of in kudde-modus schiet.

Wie zó onafhankelijk denkt, kán niet anders dan ook een man van het vrije woord zijn. De twee zijn één en dezelfde. Het is geen toeval dat Ivan zijn eigen stichting, Merito, in het leven riep met één uitdrukkelijke ambitie: het debat verbréden. Een grotere bandbreedte, zonder taboes. Want vrije meningsuiting is voor Ivan geen abstract mensenrecht in één of ander verdrag - het is een dagelijkse oefening.

En wat voor een oefening. Zo gaat Ivan in debat met de meest rabiate verdedigers van het collectivisme - recent nog, hier in Antwerpen, over China, op een van zijn eigen Merito-avonden - waar hij doodgemoedereerd de band tussen vrijheid en welvaart uiteenzette, terwijl aan de overzijde van de tafel de loftrompet over het Chinese model werd gestoken.

En nooit, maar dan ook nooit, verloor hij daarbij zijn geduld. Waar een ander al lang met stoom uit de oren zou zitten, bleef Ivan luisteren, vragen stellen, argumenteren. Omdat het debat hem heiliger was dan zijn eigen gelijk - al heeft hij meestal wel gelijk, voeg ik eraan toe.

Ik heb hem ooit nog wat verder op de proef willen stellen. Ik heb hem meegenomen naar het echte hol van de leeuw, toevallig ook in Antwerpen. En nee - niet naar de Leeuw van Vlaanderen, dat café met zijn welbekende reputatie. Ik bedoel iets veel gevaarlijkers voor een prudentieel conservatief-klassiek-liberaal: de Dageraadplaats in Zurenborg. Het kloppend epicentrum van de bakfietsmaffia. Daar zat Ivan dan, omringd door de fine fleur van de Cogels-Osylei en omstreken, onder een kunstmatige sterrenhemel - en hoe schokkend, hoe tegennatuurlijk het tafereel zich ook voor onze ogen ontvouwde, hij bleef de hele avond herhalen dat hij een tolerant mens was. Een tolerant mens. De ganse avond.

En wie ben ík om daaraan te twijfelen? Alles wat Ivan zegt, is tenslotte waar.

Want dat is het andere wat u over Ivan moet weten. Als je hem iets vraagt, krijg je een eerlijk antwoord. Niet altijd een aangenaam antwoord - velen onder u hebben dat ongetwijfeld mogen ondervinden. Maar een eerlijk antwoord. In een tijd waarin het vrije woord almaar vaker wijkt voor het wénselijke woord, waarin men liever de perceptie bespeelt dan de werkelijkheid onder ogen te zien, is iemand die altijd, onvermoeibaar, gewoon de waarheid zegt, zoals hij die ziet, is geen lastpost. Hij is een national treasure. En national treasures, die hoor je te koesteren.

Maar er is nog iets - en daar zwijgt Ivan zelf het liefst over, dus dan moet ik het maar voor hem doen. Precies die tolerantie die hij uitstraalt, maakt dat mensen die zich nergens nog gehoord voelen, uit alle hoeken en uit alle walks of life, bij hém aankloppen. Om te bemiddelen. Om raad. Om hulp. En Ivan helpt - stil, zonder ophef, zonder er ooit een woord aan vuil te maken. Dus laat het hier, vanavond, één keer hardop gezegd zijn: Ivan die vandaag gehuldigd wordt, wordt niet alleen gevierd om de bekende wapenfeiten. Hij wordt óók gevierd om de ontelbare keren dat hij doodgewone mensen met raad en daad heeft bijgestaan, zonder dat iemand het ooit te weten is gekomen.

Maar laat u door die zachtheid niet misleiden. Want wie Ivan enkel ziet als de geduldige bemiddelaar, de hoffelijke debater, die mist het hardste wat in hem zit. Achter de tolerantie zit een onverwoestbare kern.

En hier raken we aan iets paradoxaals - en het is, denk ik, de kern van de man. Ivan is een prudentieel econoom. Dat wil zeggen: hij ziet de gevaren. Hij ziet de problemen, de valkuilen, de strubbelingen - in het verleden, in het heden, en hij ziet ze aankomen in de toekomst, scherper en vroeger dan wie ook. Dat is zijn vak. En toch - en dít is het wonderlijke - toch is hij niet de man die zich laat verlammen door alles wat hij ziet. Waar de meesten zouden zwijgen, zich gedeisd zouden houden, spreekt Ivan zich tóch uit. Bouwt tóch verder.

Dat, dames en heren, is geen roekeloosheid. Roekeloosheid is handelen zónder de gevaren te zien. Wat Ivan doet, is het tegenovergestelde: handelen terwijl je álle gevaren ziet. En daar bestaat maar één woord voor. Moed.

We hebben die moed gezien tijdens de bankencrisis en tijdens corona, toen het veel kostte om een tegenstem te zijn. Maar we hebben die tegenstem ook vandaag nog nodig - misschien meer dan ooit. Want in een tijd waarin meningen zich plooien naar wat veilig is, waarin het onafhankelijke woord zeldzaam wordt, is een eerlijke, onverschrokken tegenstem geen luxe. Het is zuurstof. En Ivan heeft zich, toen het erop aankwam, niet teruggetrokken. Hij heeft gebóuwd. Hij richtte Merito op - en kijk wat daaruit gegroeid is: de wekelijkse vraagstukken, de tegensprekelijke debatten, de masterclasses, een almaar bredere conversatie. Hij gaf de tegenstem een huis. En dat huis groeit en bloeit. Ivan is, ik kan het niet anders zeggen, een natuurkracht. Hij ziet de storm aankomen - en zeilt er recht op af. Niet tegen te houden. Zulke mensen moet je koesteren.

En toch schuilt in al die kracht een merkwaardige bescheidenheid. Want ja, wij zouden naar Ivan moeten luisteren. Maar het mooiste is: niets doet Ivan liever dan zélf luisteren. Toegegeven - soms pas nadat hij drie kwartier onafgebroken aan het woord is geweest, zonder dat iemand er ook maar één speld tussen krijgt. Maar dán, wanneer de anderen eindelijk aan zet zijn, leunt hij naar voren en luistert hij écht. En dit uit het diepste respect voor de open samenleving. Want democratie is geen monoloog. Democratie is de bereidheid om tegengesproken te worden. En dat vraagt lef. Democratie is niet voor bange mensen.

Dames en heren, ik heb u verteld over de prudentie, over het vrije woord, en over de moed. Maar laat ik u een geheim verklappen: het zijn geen drie eigenschappen. Het is er één. Adam Smith zou het volmondig hebben beaamd - voor hem waren de deugd van de mens en de welvaart van een volk nooit twee vragen, maar één. En ook Kant vatte, tweeënhalve eeuw geleden, de hele Verlichting samen in twee woorden: sapere aude. Durf te denken. Een slogan die Ivan vandaag beter uitdraagt dan sommige andere instituten die het in hun wapenschild voeren. En, voegde Kant eraan toe, onze onmondigheid komt niet voort uit een gebrek aan verstand, maar uit een gebrek aan moed om dat verstand te gebruiken. Helder zien, vrij spreken, en de moed hebben om beide te doen - bij Kant zijn dat geen drie deugden. Het is dezelfde deugd. En het is de deugd van Ivan Van de Cloot.

En weet u wat het mooiste is aan moed? Angst in het publieke debat is besmettelijk - één iemand die zwijgt uit vrees, en de hele tafel zwijgt mee. Maar moed is dat óók. Eén iemand die durft hardop te denken, geeft honderd anderen de moed om het ook te doen. Ivan oefent niet alleen zijn eigen vrijheid van denken uit - hij geeft ze door, als een fakkel, aan iedereen die hem hoort.

Dáárvoor bestaat de Prijs voor de Vrijheid. Niet voor wie het veilig speelt, maar voor wie ons allemaal een beetje moediger maakt.

Ivan, beste vriend - van de tijden van Roekeloos, jaren geleden, tot vanavond, is het een lange en niet altijd gemakkelijke weg geweest. Maar het is de weg die je tot bij Stichting Merito heeft gebracht - waar je eindelijk helemaal tot je recht komt.

En laat ik, voor ik afsluit, nog één ding bewonderen - want het zou de man onrecht aandoen om hem enkel als de ernstige waarschuwer af te schilderen. Ivan kan ook lachen. Hij waardeert de lichtvoetigheid, de humor, en de mooie dingen des levens: de muziek, de geschiedenis. En boven dat alles koestert hij één idee, zo oud als onze beschaving zelf. Wie de fresco's van Ambrogio Lorenzetti in het raadhuis van Siena heeft gezien, weet wat ik bedoel. Daar staat, al bijna zeven eeuwen, op de muur geschilderd wat goed bestuur teweegbrengt: een stad die bloeit, een land in vrede, vrouwen die dansen op straat en die zich daar niet schichtig over hoeven voort te bewegen. Dát is waar Ivan al die jaren naar streeft - met al zijn boeken, met al zijn debatten. Niet de macht, niet het gelijk, maar het goede bestuur dat een samenleving doet floreren. Het is mij een eer zo iemand mijn vriend te mogen noemen.

Dames en heren, u mag zometeen doen wat Ivan het liefste heeft: onderling discussiëren. Maar daarna moet u toch nog eens goed naar hem luisteren. En dan weer terug discussiëren. 

Het was voor mij een eer vandaag de lofrede te mogen houden voor de laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2026 - Ivan Van de Cloot. Applaus.