Centralisatiedrang

vr 14 aug 2026 - 14:42

Het niet-aflatende streven van de EU naar meer macht.

(Artikel door Pieter Cleppe, ondervoorzitter van Libera! en hoofdredacteur van BrusselsReport.eu.)

De afgelopen jaren kreeg de Europese Commissie steeds meer bevoegdheden. Toch wil ze nog meer. Of het nu gaat om migratie, de oorlog in Oekraïne, handelsspanningen met China, de nieuwe langetermijnbegroting van de EU of het „Covid-herstelfonds“ – de institutionele reflex in Brussel blijft dezelfde: „meer Europa“, meer centralisatie en meer middelen onder controle van de Commissie. Het patroon is bekend en, vanuit het oogpunt van democratische verantwoording, zeer verontrustend. 

Ceuta: een nuttige crisis

De chaotische taferelen bij de Spaanse Noord-Afrikaanse exclave Ceuta eind juli 2026 waarbij tienduizenden migranten in enkele dagen de grens overstaken vanuit Marokko veroorzaakten een politieke crisis in de EU.  De meesten van degenen die binnenkwamen, keerden vervolgens wel terug naar Marokko, maar de bevolking onderging wel het tumult. Een paar duizend migranten zijn gebleven, en Ceuta probeert nu ongeveer 1000 minderjarigen over te brengen naar het Spaanse vasteland. 

Als reactie hierop brachten de leiders van tweeëntwintig EU-lidstaten een krachtig geformuleerde brief uit, waarin ze het beleid van de Spaanse premier Pedro Sánchez en zijn recente regularisatiecampagne voor illegale migranten, waarvan mogelijk uiteindelijk 3 miljoen mensen zullen profiteren, duidelijk aan de kaak stelden.

Als reactie hierop besloot Italië zelfs de regeling voor paspoortvrij reizen met Spanje tijdelijk op te schorten, waarop Spanje wraak nam in de vorm van grenscontroles op vluchten van Italië naar Spanje. In latere reacties matigden de EU-lidstaten hun standpunt ten aanzien van Spanje, maar het signaal was gegeven. De massale regularisatie van Sánchez „was misschien niet de enige aanleiding, maar het was zeker een katalysator“, aldus de Oostenrijkse minister van Europese Zaken Claudia Bauer.

In tegenstelling tot de lidstaten prees Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, de aanpak van de crisis door Sánchez, en verklaarde: „Zowel de Spaanse als de Marokkaanse autoriteiten hebben dit efficiënt en effectief aangepakt, waardoor illegale doorreis naar het Spaanse vasteland en Europa met succes is voorkomen.”

Daarmee stelde zij onmiddellijk ook de eis voor meer EU-coördinatie en meer EU-uitgaven voor migratie, waarbij zij verklaarde: „Migratie is een Europese uitdaging die een Europese reactie vereist.” Ze pleitte daarom met name voor „waakzame monitoring en het gebruik van fysieke barrières waar nodig“, vroegtijdige waarschuwingssystemen en versterkte technische en financiële steun aan Marokko, wat wellicht de wenkbrauwen doet fronsen bij degenen die van mening zijn dat Marokko hier actief of passief achter zit. De Europese Commissie stelde bovendien voor om „de steun aan Spanje te vergroten“, evenals de inzet van meer leden van Frontex, het grensagentschap van de EU, in Spanje. 

Het Franse Europarlementslid Fabrice Leggeri (RN), voormalig hoofd van het EU-grensagentschap Frontex, reageerde: „De Europese Unie haalt weer eens haar gebruikelijke lijstje tevoorschijn. Meer Frontex, meer middelen, meer procedures. (...) Wat nooit ontbroken heeft, is geld. Wat ontbreekt, is de politieke wil om onze grenzen te handhaven.” Tot nu toe heeft echter ook de linkse Spaanse regering afgezien van het verzoek om de aanwezigheid van Frontex in Spanje te vergroten, waarbij zij benadrukte dat grenscontrole onder de bevoegdheid van de nationale autoriteiten valt. „Verspil nooit een goede crisis“ is dan ook een beproefde strategie van de Europese Commissie om haar agenda door te zetten. 

EU-eisen voor „eigen middelen“ – EU-belastingen in alles behalve de naam 

De coronacrisis bood de Europese Commissie een uitgelezen kans om meer bevoegdheden te verwerven. Niet alleen kreeg ze de opdracht om te onderhandelen over de gezamenlijke aankoop van vaccins, maar de EU-leiders stemden ook in met een enorm nieuw EU-fonds, gefinancierd met gezamenlijk uitgegeven EU-schuldpapier. Bij dit „Covid-herstelfonds“, dat 800 miljard euro bedroeg, lijkt er volop sprake te zijn van fraude en verspilling van middelen.

De Europese Rekenkamer, de interne financiële toezichthouder van de EU, heeft in een rapport scherpe kritiek geuit op de ondoorzichtigheid van die uitgaven. Ivana Maletić, lid van de Kroatische Rekenkamer, omschreef de manier waarop de middelen werden besteed zelfs als „volstrekt absurd“ en verklaarde: „EU-beleidsmakers zouden dergelijke instrumenten in de toekomst niet mogen toestaan, tenzij zij eerst beschikken over informatie over de werkelijke kosten en de uiteindelijke ontvangers. Ze moeten ook een duidelijk antwoord hebben op de vraag wat burgers daadwerkelijk voor hun geld krijgen.”

Dit alles heeft de honger van de Europese Commissie naar meer geld niet getemperd. Voor de nieuwe langetermijnbegroting van de EU voor de periode 2028-2034 dringt zij sterk aan op het verwerven van nieuwe „eigen middelen”: heffingen op tabak, e-afval en bedrijven, samen met inkomsten die verband houden met CO2-uitstootbeprijzing en broeikasgasemissies. In het voorjaar stelde het Europees Parlement op drie andere nieuwe EU-belastingen voor, op online gokken, cryptobedrijven en digitale bedrijven. Vorige maand ontmoette de Ierse ambassadeur bij de EU zijn collega’s om te beoordelen welke van de acht voorgestelde belastingen de meeste steun genieten. Ondertussen is ook een suikerheffing ter sprake gebracht.

Vanaf zodra de Commissie met het voorstel kwam, bood Zweden fel weerwerk tegen de voorgestelde tabaksbelasting, die jaarlijks minstens 11,2 miljard euro naar de EU-begroting zou leiden. In juli 2025 bestempelde de Zweedse minister van Financiën, Elisabeth Svantesson, deze als „volstrekt onaanvaardbaar“.

De specifieke bekommernis hier was dat de Commissie van plan was om niet alleen conventionele tabaksproducten, maar ook nicotine-alternatieven met een lager risico te onderwerpen aan aanzienlijk hogere minimumaccijnzen, en daarmee geen rekening hield met de duidelijk verschillende gezondheidseffecten van de betreffende producten. Een soortgelijke, weinig gerichte aanpak is zichtbaar bij de herziening van de Tabaksproductenrichtlijn (TPD), die als doel heeft om die op nicotine gebaseerde alternatieven te reguleren.

Veelzeggend is dat meer dan 90 procent van de reacties op de raadpleging van de Commissie voor deze specifieke beleidsherziening inhoudelijke bezwaren tegen de door de Commissie voorgestelde koers naar voren bracht. Slechts ongeveer twee procent van de reacties spreekt zich openlijk uit voor een restrictievere aanpak. 96 procent van de bijdragen uit de academische en onderzoekswereld bleek tegen de voorgestelde koers te zijn.

Desondanks gaat de Commissie gewoon door met het opstellen van het nieuwe wetgevingskader. Het is duidelijk dat dit soort raadplegingsrondes ongewenste obstakels vormen voor de reeds vastgelegde agenda. 

Ook de andere voorgestelde heffingen stuiten op verzet. Polen en Italië hebben zich krachtig verzet tegen de EU-koolstofheffing, wat geen verrassing is gezien hun kritiek op het al lang bestaande „Emissiehandelssysteem“ (ETS) van de EU, dat zij terecht beschouwen als een zware last voor het Europese concurrentievermogen.

Duitsland en andere regeringen hebben scherpe kritiek geuit op het idee van een EU-vennootschapsbelasting, de zogenaamde „Corporate Resource for Europe“ (CORE). Dit lijkt enig effect te hebben gehad, want eind juli bleek dat de Commissie nu overweegt het voorstel af te zwakken door het aantal bedrijven dat eronder zou vallen te verminderen. Politico citeert een Europese diplomaat die zich afvraagt of de heffing dan nog wel noemenswaardige inkomsten zou opleveren, en zegt: „Is het de moeite waard?“ Dit gaat voorbij aan de kern van de zaak. Ongetwijfeld is de EU-Commissie van mening dat zodra een dergelijke EU-belastingregeling eenmaal is ingevoerd, deze kan worden uitgebreid.

Defensieaankopen en de oorlog in Oekraïne

Ook op defensiegebied heeft de Europese Commissie de afgelopen jaren aanzienlijke bevoegdheden verworven. De grootschalige invasie van Oekraïne door Rusland heeft de chronische onderinvestering en industriële versnippering in Europa blootgelegd. Met instrumenten zoals de wet ter ondersteuning van de munitieproductie (ASAP), de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gezamenlijke aanbestedingen (EDIRPA), de Europese strategie voor de defensie-industrie (EDIS) van 2024 en het daaropvolgende Europese programma voor de defensie-industrie is de rol van de EU op defensiegebied – en daarmee ook die van de Commissie – aanzienlijk uitgebreid. Een doelstelling voor 2030 is dat 50% van de defensie-aankoopbudgetten en ten minste 40% van de aankoop van defensiematerieel via samenwerking verloopt.

Ironisch genoeg is de Europese Vredesfaciliteit (EPF), een buiten de begroting vallend fonds van meer dan 17 miljard euro dat in 2021 werd opgericht, uiteindelijk een middel geworden om lidstaten te vergoeden voor het sturen van dodelijke wapens, munitie en militair materieel naar oorlogsgebieden zoals Oekraïne.

Last but not least is er het SAFE-leningsinstrument van de EU, dat in 2025 werd goedgekeurd met een budget van 150 miljard euro. Hiermee kan de Commissie middelen op de internationale markten aantrekken en deze aan lidstaten uitlenen voor defensie-investeringen, waaronder steun aan Oekraïne. Dit betekent nog meer gezamenlijk uitgegeven EU-schuld. 

Wat begon als noodcoördinatie is uitgegroeid tot een structurele toename van de invloed van de EU op militaire aankopen en het industriebeleid – terreinen die lange tijd werden beschouwd als kernbevoegdheden van de lidstaten.

Hoewel meer Europese samenwerking op defensiegebied in principe toe te juichen is, roept de groeiende budgettaire en regelgevende invloed van de Commissie legitieme vragen op over democratische controle en nationale soevereiniteit.

Ook rijst de vraag of het optreden van de EU op defensiegebied de NAVO niet in de weg staat. In zijn afscheidsrede in 2024 waarschuwde de voormalige NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg dat Europese landen moeten voorkomen dat EU-initiatieven de defensie-inspanningen van de NAVO dupliceren. In die periode klaagden hoge NAVO-functionarissen dat de defensie-inspanningen van de EU nu al middelen onttrokken aan bestaande NAVO-structuren. Een voorbeeld hiervan is het feit dat de NAVO in Luxemburg een eigen Agentschap voor Ondersteuning en Aankoop (NSPA) heeft, dat fungeert als het belangrijkste knooppunt van het bondgenootschap voor multinationale gezamenlijke aankopen.

Handelsbescherming en de uitdaging van China

Last but not least heeft de Europese Commissie ook allerlei nieuwe bevoegdheden gekregen om op handelsconflicten te reageren. Een belangrijke gebeurtenis in dit verband was de manier waarop China in 2021 druk uitoefende op Litouwen door middel van een harde campagne van diplomatieke degradatie en informele economische dwang, als reactie op de diplomatieke houding van het land ten opzichte van Taiwan. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) bood Litouwen niet veel als oplossing.

Een reactie hierop is het Anti-Coercion Instrument (ACI) van de EU, dat in 2023 werd aangenomen en vaak wordt omschreven als de „handelsbazooka“ van de EU. Het geeft de Commissie ruime bevoegdheden om allerlei vergeldingsmaatregelen voor te stellen: van import- en exportbeperkingen tot beperkingen op overheidsopdrachten, diensten, investeringen en de bescherming van intellectueel eigendom. Hiervoor is nog steeds instemming van de EU-lidstaten nodig, maar in het kader van de besluitvorming onder het ACI is de mogelijkheid voor individuele lidstaten of het Europees Parlement om maatregelen te blokkeren beperkt. 

Ook nieuw zijn het Internationaal Aanbestedingsinstrument, aangenomen in 2022, en de Verordening inzake buitenlandse subsidies. Daarnaast wordt er gewerkt aan een „instrument tegen overcapaciteit“, dat al tot dreigingen met vergeldingsmaatregelen vanuit China heeft geleid.

Dit alles komt bovenop de traditionele bevoegdheden van de Europese Commissie, zoals het recht om antidumpingrechten, antisubsidiemaatregelen en vrijwaringsmaatregelen op te leggen. Eind 2025 had de Commissie meer dan 170 van dergelijke maatregelen van kracht, waarvan de overgrote meerderheid gericht was op Chinese exporteurs, bijvoorbeeld de aanvullende heffingen van maximaal 35,3 procent op Chinese elektrische voertuigen.

Er zijn zeker legitieme zorgen over oneerlijke concurrentie en politieke intimidatie, maar als het om protectionisme gaat, is de EU zelf ook niet bepaald onschuldig, en dit alles mag niet afleiden van de gevaren van de daarmee gepaard gaande centralisatie van macht.