Business as usual onder druk

za 28 mrt 2026 - 19:39

Is verandering in de Europese energiepolitiek op komst?

(Artikel door Pieter Cleppe, ondervoorzitter van Libera! en hoofdredacteur van BrusselsReport.eu.)

De oorlog in Iran zorgt voor een nieuwe energiecrisis, waarbij allerlei taboe’s sneuvelen. Europa betaalt de prijs voor de jarenlange experimenten met energiepolitiek, die niet in een handomdraai kunnen worden ongedaan gemaakt.

De Duitse Minister van Energie, Katherina Reiche, stelde op een conferentie in Texas dat Duitsland naar fossiele brandstoffen in de Noordzee moet boren. Zen zei: “We hebben een gasveld in de Noordzee dat we niet willen exploiteren. Ik denk dat we niet aan deze houding kunnen vasthouden. We moeten ook onze eigen reserves aanboren.”

Nog opvallender tot nu toe was de ommezwaai van Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, ten aanzien van kernenergie, zoals zij verklaarde: “In 1990 was een derde van de elektriciteit in Europa afkomstig van kernenergie, vandaag de dag is dat nog maar bijna 15%. Deze afname van het aandeel van kernenergie was een keuze; ik ben van mening dat het een strategische fout was van Europa om een betrouwbare, betaalbare bron van emissiearme energie de rug toe te keren.”

Toen ze lid was van de Bondsdag, heeft Von der Leyen zelf gestemd voor de Duitse kernuitstap, een beleid dat de Duitse regering tot op de dag van vandaag weigert op te geven. Het komt niet vaak voor dat politici toegeven dat ze ongelijk hebben gehad, dus als ze dat doen, moet dat worden toegejuicht.

ETS

De voorzitter van de Europese Commissie houdt echter hardnekkig vast aan een ander kernprincipe van het EU-energiebeleid: het Emissiehandelssysteem (ETS), een de facto klimaatbelasting. Die brengt de Europese industrie ernstige schade toe, aangezien de kosten van het ETS alleen al ongeveer twee keer zo hoog zijn als de totale Amerikaanse aardgasprijs. Hoewel het beëindigen van de grootschalige experimenten op het gebied van energiebeleid veel tijd zal vergen, zou het opschorten van het ETS, waar Italië, Polen en Slowakije om vragen, de Europese industrie vandaag de dag al verlichting kunnen bieden.

Na kritiek van BASF, 's werelds grootste chemiebedrijf, komt de Europese Commissie nog meer in de verdrukking over deze kwestie. Von der Leyen stelt nu: “Zonder ETS zouden we nu 100 miljard kubieke meter meer gas verbruiken, waardoor we weer kwetsbaarder, afhankelijker en zwakker zouden worden. (...) We hebben ETS dus nodig. Maar we moeten het moderniseren.” De Nederlandse Eerste Minister Rob Jetten zei iets gelijkaardigs: “Zonder dat klimaatbeleid zouden we nu nog voor vele honderden miljarden extra aan fossiele energie moeten importeren van buiten Europa."

Eerst gas erg duur maken en je vervolgens verheugen dat er minder gas wordt verbruikt dan anders het geval zou zijn geweest, slaat natuurlijk nergens op. Er zal op een gegeven moment ongetwijfeld een alternatief voor fossiele brandstoffen opduiken, maar daar zijn we nog ver van verwijderd.

Aangezien een opschorting van het ETS de enige kortetermijnmaatregel is die EU-beleidsmakers ter beschikking staat om de noodlijdende chemische industrie van Europa, de ruggengraat van alle andere industrieën, te ontlasten, zou het echt slechts een kwestie van tijd moeten zijn voordat de EU-ambtenaren – en een aantal cruciale EU-lidstaten – ook van mening veranderen over deze kwestie. Tijdens de EU-top van vorige week slaagden de verdedigers van het ETS erin het systeem te verdedigen, voorlopig. De Europese Commissie beloofde een voorstel te doen om de reserve van de EU-koolstofmarkt te vergroten en een decarbonisatiefonds van 30 miljard euro op te zetten. Hoewel het eerste element de kosten van het ETS waarschijnlijk zal verlagen, betekent het tweede uiteindelijk weer een extra last voor de belastingbetaler, die nu gevraagd zal worden te betalen voor “projecten voor decarbonisatie” volgens een soort ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’-regeling, waarbij de nadruk ligt op EU-lidstaten met lagere inkomens.

EU-controle over belastingheffing

Voorafgaand aan de EU-top had de Europese Commissie, in een duidelijke poging om de aandacht af te leiden van de ETS-kwestie, voorgesteld dat EU-lidstaten, om de energierekeningen te verlagen, de energiebelastingen zouden moeten verlagen.

Hoewel dit evident een goed idee is, is het niet de taak van de Europese Commissie, die werkelijk elke gelegenheid aangrijpt om meer controle te krijgen over het nationale belastingbeleid. Afgelopen zomer kwam zij met een voorstel voor meer “eigen middelen” – directe heffingen om de EU-begroting te financieren, naast de nationale bijdragen.

Een aantal EU-lidstaten verzet zich hier fel tegen. In reactie hierop noemde de Zweedse minister van Financiën Elisabeth Svantesson het “volstrekt onaanvaardbaar”, waarbij ze ook betreurde dat de Commissie niet alleen heffingen op tabaksproducten als een van deze “eigen middelen” beschouwt, maar ook heffingen op alternatieven voor tabak. Ze klaagde: “Het lijkt erop dat het voorstel van de Europese Commissie een zeer grote belastingverhoging op witte snus zou betekenen en bovendien wil de Commissie dat de belastingopbrengsten naar de EU gaan en niet naar Zweden.”

Dat is inderdaad problematisch. Zweden is de enige EU-lidstaat met een uitzondering op het EU-verbod op snus, een alternatief voor het roken van tabak. Na drie decennia kan de alternatieve Zweedse aanpak worden beoordeeld. Het land heeft niet alleen een van de laagste rookpercentages in Europa, het heeft ook een veel lagere incidentie van aan roken gerelateerde ziekten.

Los daarvan dringt de Europese Commissie via de herziening van de tabaksaccijnsrichtlijn aan op hogere minimumaccijnzen voor traditionele tabaksproducten. Klachten dat dit de illegale tabakshandel zou aanwakkeren en de koopkracht van consumenten zou schaden, vooral in armere EU-lidstaten, worden genegeerd. In een parlementaire vraag heeft de Zweedse Europarlementariër Jessica Polfjärd gewaarschuwd dat deze wetswijziging van de EU “geen afbreuk mag doen aan het succesvolle” Zweedse model, waarbij ze benadrukte dat de Zweedse uitzondering ook van toepassing moet blijven op ‘witte snus’ – nicotinezakjes – die in opkomst zijn als alternatief product en die helemaal geen tabak bevatten.

In januari kwam het Cypriotische voorzitterschap van de Raad van de EU met een nieuw compromisontwerp over deze kwestie dat een verbetering inhoudt, aangezien het de verhoging op sommige gebieden enigszins afzwakt en ook een overgangsperiode toekent. Het is nog meer bewijs dat de EU-lidstaten hier de meer redelijke partij zijn, ook al is de aanpak om niet-schadelijke of minder schadelijke producten op dezelfde manier te behandelen als schadelijke producten voorlopig gehandhaafd. Cyprus wordt gesteund door verschillende EU-lidstaten, die vrezen dat een te abrupte verhoging de illegale handel zou kunnen aanwakkeren, de belastinginkomsten zou kunnen uithollen en de nationale handhavingsinstanties zou kunnen overbelasten.

EU-prijsregulering

De Europese Commissie neemt geen genoegen met het verwerven van meer controle over het belastingbeleid, maar gebruikt de energiecrisis ook om te pleiten voor prijsregulering. In reactie op de aanhoudende bezorgdheid over de energieprijzen heeft Von der Leyen immers voorgesteld om “subsidiëring of het plafonneren van de gasprijs te onderzoeken.” Dit zal de kern van het probleem – energietekorten – waarschijnlijk niet oplossen. Het is ook twijfelachtig, gezien het afkomstig is van een instelling die zich sterk heeft ingezet om de productie van fossiele brandstoffen in de EU af te bouwen, waardoor Europa kunstmatig afhankelijk is geworden van externe leveranciers, zoals Rusland en Qatar, waarvan de gasexportcapaciteit ernstig beschadigd is geraakt door de oorlog in Iran. Nog niet zo lang geleden werd er in de EU meer gas geproduceerd dan in Rusland.

Als men fossiele brandstoffen zou willen uitfaseren, moet men beginnen met het uitfaseren van de import, en niet van de binnenlandse productie, zeker gezien het feit dat de milieuregels voor de exploratie van fossiele brandstoffen meestal strenger zijn in Europa dan in de rest van de wereld.

Niet alleen de Europese Commissie verdient de schuld voor de energieafhankelijkheid van Europa. Ook de EU-lidstaten dragen een grote verantwoordelijkheid. Nederland besloot bijvoorbeeld om de binnenlandse gaswinning volledig uit te faseren, op wankele wetenschappelijke gronden. De Nederlandse regering besloot zelfs om de gasputten in Groningen, het centrum van de Nederlandse gaswinning, vol te gieten met beton, om het voor toekomstige regeringen veel moeilijker te maken om dit beleid te herzien.

Met de stijgende gasprijs veranderen de ideeën hierover. David Smeulders, hoogleraar energietechnologie aan de Technische Universiteit Eindhoven, heeft verklaard dat het “heel erg verstandig” zou zijn om Groningen open te houden als strategische reserve, waarbij hij uitlegt: "We pompen geen aardgas meer op om geld te verdienen, maar voor een noodvoorraad zou het handig zijn als er wat putten open blijven. We hebben de Groningers niet beloofd dat we de putten dichtgooien.”

Als gevolg van de Nederlandse beleidskeuze overtrof Roemenië in 2024 voor het eerst Nederland als grootste gasproducent in de Europese Unie. Met de start van de offshore-productie in Neptun Deep in 2027 zal de binnenlandse productie naar verwachting verdubbelen. De aanhoudende onrust in het Midden-Oosten zal deze visie waarschijnlijk niet veranderen.

Ondanks de Brexit blijft het Verenigd Koninkrijk zich grotendeels aansluiten bij het energiebeleid van de EU. Ook daar is een debat ontbraken over de wijsheid van het besluit van minister van Energie Ed Miliband om alle nieuwe olie- en gaswinning in de Noordzee te verbieden, vooral omdat Noorwegen gewoon doorgaat met het volledig exploiteren van zijn bronnen in nabijgelegen wateren.

Ook Javier Blas, de vooraanstaande energieanalist van Bloomberg, dringt erop aan: “We moeten meer olie en gas uit de Noordzee winnen”, met het argument: “Het is beter om het hier te winnen dan het uit het buitenland te importeren. De regelgeving is hier strenger, het is beter voor het milieu, het zorgt voor banen, economische groei en belastinginkomsten. Dat betekent niet noodzakelijkerwijs dat we de groene transitie opgeven. Maar het betekent wel dat we een evenwicht moeten vinden met onze economie en moeten overwegen hoe we deze kunnen laten groeien en onze industrie concurrerend kunnen houden.”

Een veranderend debat

Voorts is er voor het VK – en andere Europese landen – de mogelijkheid van schaliegas. Hoewel dit soort exploratie in Europa verboden is, importeren Europese landen niettemin graag het vrij dure Amerikaanse schaliegas – dat de VS nu ook gebruiken als politiek pressiemiddel. De gerespecteerde Britse wetenschapsjournalist Matt Riddley schrijft over deze kwestie: “Volgens een schatting van UK Onshore Oil and Gas uit 2019, gebaseerd op de resultaten van daadwerkelijke boringen in Noord-Engeland, zouden 100 boorplatforms tegen het midden van de jaren 2030 realistisch gezien 40 miljard kubieke meter (bcm) schaliegas per jaar kunnen produceren. Het aardgasverbruik van Groot-Brittannië bedraagt ongeveer 60 bcm per jaar en we produceren nu al zo’n 25 bcm per jaar, voornamelijk uit de Noordzee.

Dus als we tien jaar geleden in actie waren gekomen, zouden we nu op weg kunnen zijn naar zelfvoorziening in gas en het overschot naar andere landen kunnen exporteren. Dat zou de betalingsbalans met ongeveer 8 miljard pond per jaar verbeteren, tegen 2035 80 miljoen ton kooldioxide besparen in vergelijking met de invoer van vloeibaar aardgas, en tegen 2035 600 miljoen pond aan voordelen voor de gemeenschap en 1,2 miljard pond aan bedrijfsbelasting opleveren.”

Het is opmerkelijk dat campagnes om de publieke opinie tegen schalie op te zetten, zouden zijn gefinancierd door Rusland, althans volgens voormalig NAVO-secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen in 2014. Ook in Roemenië zijn er veel beschuldigingen hieromtrent.

Het is moeilijk te voorspellen hoe de gebeurtenissen in Iran zich zullen ontvouwen, maar het wordt steeds duidelijker dat voor Europa ‘business as usual’ op het gebied van energiepolitiek niet langer een optie is. In het bijzonder wordt dan ook de vijandige Europese houding ten opzichte van de ontginning van fossiele brandstoffen steeds duurder.